Kabeljauw in het groen

Bedek de bodem van een wijde pan met 1 stukje prei van ca 4 cm in ringetjes, 1 worteltje in plakjes, 4 takjes peterselie, een snufje tijm en 3 schijven citroen.

Zet een rooster in de pan en leg hier 4 kabeljauwfilets à 175 gram op. Giet er 5 dl water en een ½ dl droge witte wijn over. De vis hoeft niet onder te staan. Strooi er zout en peper over. Breng alles tot tegen de kook aan en pocheer de vis in ca. 8 minuten gaar.

Neem het rooster samen met de vis uit de pan en laat deze uitlekken. Leg de vis op een schaal en houd deze warm op een pan met heet water. Zeef het pocheervocht. Laat dit op een matig vuur in ca. 10 minuten inkoken tot ca. 3½ dl overblijft.

Smelt voor de saus 30 gram margarine in een pan. Voeg al roerende 30 gram bloem toe en blijf roeren tot een glad mengsel ontstaat. Giet er langzaam, al roerende, het pocheervocht bij. Laat de saus onder af en toe roeren ca. 10 minuten zachtjes koken. Giet er een ½ dl room bij en kook dit ca. 1 minuut mee. Meng er 2 eetlepels fijngehakte peterselie, 1 eetlepel fijngehakte kervel en enkele druppels citroensap door.