Nieuwe oppositie is laaiend

Almere 30 Mei 2001

Hieronder de volledige tekst van de brief van B&W van 29 mei 2001


´leden van de gemeenteraad´,

Onderwerp: Beantwoording vragen 10 mei jl.

Dames en heren,

In antwoord op de tijdens de vergadering van 10 mei jl aan het college gestelde vragen berichten wij als volgt.
Voor de beantwoording van de aan de diverse fracties gestelde vragen zullen zij zelf zorgdragen.


Vanuit welke rol heeft de burgemeester het gesprek met mevrouw Van Hoogenhuizen gevoerd? Was dit een coordinerende rol of een politieke rol?


Als voorzitter van het college wordt van de burgemeester verwacht dat deze zich inzet voor een goede samenwerking binnen het college. Goede onderlinge verhoudingen dragen zeer bij aan een succesvol optreden van het college.
Wanneer een of meerdere leden van het college tegenslag ondervinden dan wel minder gaan functioneren, is een actieve opstelling van de voorzitter gewenst. Wanneer een burgemeester in een dergelijke situatie handelt, is dat derhalve altijd als voorzitter/coordinator van het college en nimmer als politicus.

Hoe ziet de burgemeester zijn rol als primus interparis in het college en hoe heeft hij aan deze rol invulling gegeven in de kwestie Van Hoogenhuizen?

Zoals hiervoor reeds aangegeven is de bevordering van de samenwerking binnen het college een belangrijke taak van de burgemeester.
Dat houdt onder meer in dat bij tussentijdse wisseling(en) in het college aandacht wordt gegeven aan de wijze waarop de nieuwe aantredende wethouder(s) in het team kunnen gaan functioneren en welke ondersteuning daarbij kan worden geboden.
Direct na de benoeming van mevrouw Van Hoogenhuizen tot wethouder heeft de burgemeester met haar gesproken over het wethouderschap in een gemeente met de omvangrijke vraagstukken van ALmere.
Gesproken is over zaken als onderlinge samenwerking, verhouding tot het ambtelijk apparaat, het opstellen van een helder programma van voorgenomen activiteiten e.d.
Voorts heeft de burgemeester aangeboden klaar te staan voor assistentie en hulp indien de wethouder daar prijs op zou stellen.
Ook is gesproken over de mogelijkheid van het volgens van een gerichte training. Op gezette tijden hebben de burgemeester en de wethouder bijgepraat en in januari 2000 heeft de burgemeester thuis met mevrouw Van Hoogenhuizen (in aanwezigheid van haar echtgenoot) een indringend gesprek gevoerd, omdat de burgemeester van oordeel was dat het optreden van mevrouw Van Hoogenhuizen daartoe aanleiding gaf. Overigens zij benadrukt dat de burgemeester, afhankelijk van de situatie, deze rol invult naar alle collegeleden.

Is de burgemeester bereid om voor dergelijke kwesties een protocol op te stellen waarbij de gemeenteraad de rol krijgt die haar rechtens toekomt?

Wanneer met "dergelijke kwesties" gedoeld wordt op het ontslag van wethouder Van Hoogenhuizen, dan moet, terugziend op de gang van zaken geconstateerd worden dat verzuimd is alle fractievoorzitters bijeen te roepen op het juiste ogenblik daarvoor.
In soortgelijke gevallen is dat wel het geval geweest. Indien de raad de bij het tussentijds aftreden van wethouders te volgen handelwijze uitgeschreven wenst te zien, dan zal dat uiteraard gebeuren.
De vraag kan gesteld worden of dat in een toekomstig geval, dat uiteraard weer zijn eigen dynamiek zal kennen, echt zal helpen om het proces probleemloos te laten verlopen.
Terugkijkend op de gevallen van tussentijds aftreden van wethouders in de afgelopen jaren is er geen echte aanleiding om het proces in een protocol vast te leggen.

Welke visie op de onderlinge samenwerking heeft het college tijdens en na de hei-dagen ontwikkeld?

Als voorzitter van een reeds vele jaren bestaand goed gebruik heeft het college van B en W ook in deze college-periode een aantal gezamenlijke sessies gehad (in een aantal gevallen met het management-team) die zowel gericht waren op inhoudelijke vraagstukken alsook het functioneren binnen een collegiaal team.
Met name de collegebijeenkomsten in Bergambacht (1999) en Utrecht (2000) stonden in dit teken.
In een tweetal sessies met het management team in ´s Graveland is de besturing van de ambtelijke organisatie en de verhouding college - ambtelijk top besproken.
Bij de werkbezoeken aan Milton Keynes , ´s Hertogenbosch en Nijmegen, waarvan de laatste twee gezamenlijk met het management team zijn afgelegd, stond met name het leren van de ervaring opgedaan in andere steden centraal.
Kortom; de visie hierop is dat - binnen het gegeven dat het college wordt samengesteld uit personen die door hun politiek partijen worden afgevaardigd - met regelmaat wordt gewerkt aan het versterken van een goede onderlinge samenwerking, omdat alleen een goed functionerend team succesvol kan zijn.

Ervaren de wethouders dit college als collegiaal college?

Voor het bevestigende antwoord op deze vraag verwijzen wij kortheidshalve naar hetgeen hierover gezegd is 10 mei jl. tijdens de raadpleging van de raad.

Hebben de wethouders ooit mevrouw Van Hoogenhuizen aangesproken op haar vermeend gebrek aan collegiale inzet?

Dit is door de verschillende collgegeleden op verschillende momenten bij verschillende gelegenheden gebeurd.

Ten aanzien van de aan de verschillende individuele wethouders gestelde vragen.
Tot slot gaan de verschillende wethouders hierna in op de aan hen indiviudeel gestelde vragen.

Ten aanzien van wethouder Smeeman:

* uit de brieven valt op te maken dat u geen actieve rol hebt gespeeld in het bevorderen van de samenwerking in het college en in het bijzonder het VVD-smaldeel. Waarom niet?

* Bij de presentatie van de onderwijsmaatregel kort na het ingaan van het ziekteverlog van mevrouw Van Hoogenhuizen, bleek nergens uit dat het krediet mevrouw Van Hoogenhuizen toekomt. Wat heeft U bewogen zo op te treden jegens een collega-wethouder, teven partijgenoot?


De heer Smeeman onderschrijft geenszins uw standpunt dat hij geen actieve rol zou hebben gespeeld. Zoals hij eerder heeft aangegeven heeft hij in de afgelopen periode in verschillende gremia diverse gesprekken gevoerd over het bevorderen van de samenwerking in het college en in het bijzonder de rol vand e VVD-wethouders daarbij.

Zowel bij de presentatie van de kwaliteitsimpuls onderwijs in de commissie onderwijs als in het overleg met het onderwijsveld is door de heer Smeeman aangegeven dat een aantal onderdelen van deze impuls een voortzetting c.q. intensivering van reeds eerder ingezet beleid is.


Ten aanzien van wethouder Spruit:

Mevrouw Spruit verwijst voor de beantwoording van deze vraag naar het hierboven reeds gestelde.

Ten aanzien van wethouder Van Ling:

Het is zonneklaar dat u een belangrijke rol hebt gespeeld bij het wegsturen van mevrouw Van Hoogenhuizen. Toen dat was gelukt bleek u ineens via de krant met uw aftreden te dreigen (na het openbaar komen van de brief van Halebsma). En dat terwijl de inhoud van de brief van Halbesma daar in uw richting geen aanleiding toe gaf. Graag uitleg hierover.

De kop van het door u genoemd krantenartikel dekt de lading daarvan niet. Na het in de openbaarheid komen van de brief van de heer Halbesma heeft de fractievoorzitter van GroenLinks een reactie gegeven aan de desbetreffende journalist.
Daarin vroeg hij om een heldere opstelling van de VVD-fractie.
Wat de brief van de heer Halbesma betreft was het voor de GroenLinks fractie van belang te weten of hij afstand nam van het door hem onderschreven collegestandpunt. Bij een onbevredigdende beantwoording, zou de fractie van GroenLinks zich beraden op haar positie in het college.

Ten aanzien van wethouder Bijl:

U was bij het crisisberaad, zoals door wethouder Halbesma aangegeven, niet aanwezig. Was dat een bewuste keuze? Waarom was u niet aanwezig? Het betrof toch uw collega?

Van een crisisberaad zoals door u bedoeld was geen sprake; het ging om een treffen van 3 wethouders die zich afvroegen hoe om te gaan met de plotselinge terugkeer van wethouder Van Hoogenhuizen. Het betrof dus ook geen collegevergadering.

Ten aanzien van wethouder Halbesma:

De heer Halbesma betreurt het dat zijn persoonlijk bedoelde brief in de openbaarheid is gebracht. In zijn tijdens de raadsvergadering van 10 mei jl. afgelegde verklaring heeft hij dat nadrukkelijk aangegeven en is hij op de gang van zaken ingegaan. Daarmee heeft beantwoording van de aan hem gestelde vragen plaatsgevonden.


Hoogachtend,

het college van burgemeester en wethouders

de secretaris drs. I.W.I.A. Caminada
de burgemeester drs. H.G. Ouwerkerk

TERUG