Advies Informateur Veenstra: B&W met 6 partijen?

Almere 16 Maart 2002


RAPPORT
INFORMATIERONDE
GEMEENTE ALMERE


Ed Veenstra
Huizen 15 maart 2002

Vooraf
Tijdens een bijeenkomst van de lijsttrekkers van Almeerse partijen op 11 maart 2002 is besproken op welke wijze een start zou worden gemaakt met de collegevorming in Almere. Op verzoek van de grootste partij, Leefbaar Almere, is het voorstel geaccepteerd om een informateur aan te stellen. Dit besluit is genomen met de grootst mogelijke meerderheid; de Christen Unie had geen behoefte aan een informateur. Overigens heeft deze partij wel voluit meegewerkt aan de informatieronde.
Het voorliggende rapport begint met een verslag van mijn werkwijze, waarna ik op basis van de informatieronde, mijn eigen waarnemingen en overwegingen een advies geef over de contouren van gemeenteraad- en collegeprogramma en de formatie van een college. Naast dit advies heb ik opmerkingen en kanttekeningen geplaatst over de context waarbinnen college en gemeenteraad in de komende periode zullen besturen.
Ten slotte zijn de beantwoorde vragenlijsten en de aantekeningen van de gevoerde gesprekken met de partijdelegaties als bijlagen opgenomen. Voor de goede orde: deze gespreksnotities zijn geheel en al voor mijn rekening: zij zijn niet door de gespreksdeelnemers geautoriseerd. De reden dat de aantekeningen zijn bijgevoegd is de uitdrukkelijk uitgesproken wens van alle partijen om een maximale openheid tijdens de informatie te betrachten.
Dank ben ik verschuldigd aan Jan Vogel en Menno van Vliet die mij op voortreffelijke wijze hebben geholpen bij het maken van de gespreksverslagen en de logistieke activiteiten die er nodig waren om de informatie goed te laten verlopen. Nico van Esmond heeft waardevolle tips en bijdragen geleverd om mij te behoeden voor uitglijders op het lastige terrein van de communicatie.
Ten slotte spreek ik mijn grote waardering uit voor de volledige bereidheid en de openheid waarmee alle gesprekspartners met mij aan tafel hebben gezeten. Vooraf heb ik op momenten zo mijn (spannende) twijfels gehad, of de informatie wel iets zou opleveren. Voor mijn eigen gevoel is dat zeker wel het geval. Of degenen die mij deze informatieopdracht hebben gegeven dat eveneens ervaren, zal later blijken als dit rapport gelezen, besproken en - naar ik hoop - gebruikt is bij de collegevorming. In ieder geval bedank ik alle Almeerse partijen voor het vertrouwen dat ze mij gegeven hebben en de uiterst coŲperatieve wijze waarop zij een inhoudelijke bijdrage hebben gegeven aan deze informatie.
Ed Veenstra,
Huizen, 15 maart 2002


Inhoud
Vooraf pag. 2
Inhoud pag. 3
Werkwijze pag. 4
Programma pag. 6
Bestuur pag. 10
Samenwerking pag. 12
Context pag. 13
Bijlagen (vragenlijst, antwoorden en gespreksnotities) pag. 15 en volgende




Werkwijze
Tijdens de bijeenkomst van lijsttrekkers op 11 maart 2002 (aanwijzing van de informateur), heb ik de mogelijkheid gekregen om in het kort mijn eigen werkwijze voor de informatie uiteen te zetten. Dit was mogelijk omdat ik een vrije informatieopdracht kreeg. De mensen waren na deze toelichting in grote lijnen voorbereid op hetgeen ik aan activiteiten zou ondernemen.
Dinsdag 12 maart heb ik aan alle partijen een vragenlijst (zie bijlage 1) toegestuurd, met het verzoek om deze vragen nog diezelfde dag te beantwoorden en aan mij terug te mailen, dan wel de ingevulde vragenlijst (bijlage 2) mee te nemen naar het gesprek met mij. Vier partijen zijn er in geslaagd om vooraf de antwoorden toe sturen in deze krap bemeten tijd. De andere gesprekspartners hebben allen de antwoorden meegenomen naar het gesprek en later als nog gemaild.
Met deze aanpak wilde ik bereiken dat alle partijen ten aanzien van een beperkt aantal onderwerpen nog eens intensief hun gedachten zouden laten gaan. Verder had ik met deze opzet een gelijkluidende agenda voor alle gesprekken. Om het risico te vermijden dat ik door deze aanpak (voor partijen) majeure punten niet aan de orde zou stellen, heb ik in de gesprekken steeds gevraagd welk punt voor een partij absoluut belangrijk is. Voorts heb ik een ieder de gelegenheid geboden om - na het gesprek op woensdag - tot donderdag 12.00 uur mij nog te melden wat men bij nader inzien nog als springend punt voor de informatie kwijt wilde of welke kwalitatieve verbetering het gespreksverslag nog nodig had. Van deze mogelijkheid heeft ťťn partij gebruik gemaakt.
Woensdag 13 maart heb ik aan de hand van de ingevulde vragenlijsten de gesprekken met alle partijen gevoerd van 8.00 uur tot 17.45 uur. Ieder gesprek duurde om en nabij de 50 minuten. Van ieder gesprek zijn aantekeningen (bijlage 3) gemaakt, ten behoeve van eigen gebruik. Om die reden zijn de aantekeningen niet geautoriseerd door mijn gesprekspartners.
Donderdag 14 maart en vrijdag 15 maart heb ik deels gebruikt om het voorliggende rapport te schrijven.
Verder heb ik het aanbod gedaan aan de partijen om op maandag 18 maart een toelichting te geven op dit rapport en vragen naar aanleiding van het rapport te beantwoorden.
Als voorbereiding op de gesprekken heb ik de programma´s van alle partijen gelezen, de qiuck scan die er naar aanleiding van de programma´s is gemaakt en informatie over de inrichting van het duale stelsel binnen het gemeentebestuur.
Bij deze werkwijze heb ik een afweging gemaakt tussen snelheid en zorgvuldigheid. Naar mijn mening is het absoluut noodzakelijk om zo snel mogelijk te beginnen met het opstellen van een programma voor gemeenteraad en college, en de vorming van een college. Anderzijds kost het nu eenmaal tijd om voldoende informatie te hebben om op goede gronden verslag te doen van reŽle bevindingen en daaruit vervolgens werkbare adviezen voor programma en formatie te halen. De informatie die ik heb gelezen, de beantwoorde vragenlijsten en de gesprekken hebben - naar mijn maatstaven - mij voldoende informatie gegeven om dit rapport te schrijven, binnen de beschikbare tijd.
In de volgende paragrafen besteed ik achtereenvolgens aandacht aan de programmapunten voor college en gemeenteraad. Ik beperk mij tot die punten, waarvan ik op grond van de vragenlijsten en gesprekken zeker ben dat er overeenstemming is te verkrijgen, of dat er voldoende ruimte is om na onderhandelingen een werkbaar resultaat te krijgen. In de paragraaf "bestuur" ga ik nader in op de inzichten die er zijn voor de invulling van het duale stelsel.
Beide voorafgaande punten hebben mij voldoende inzicht gegeven in de samenwerkingsmogelijkheden die er tussen de verschillende partijen zijn. Naast een schets van deze mogelijkheden geef ik mijn kijk op en advies voor een samenwerking.
Ten slotte maak ik een aantal kanttekeningen en opmerkingen over de context waarbinnen programma opstelling, collegevorming en toekomstig bestuur zullen worden gerealiseerd.
De lezer zal ontdekken dat de strikte scheiding in paragrafen niet strak is volgehouden; de samenhang tussen de verschillende onderwerpen staat met die scheiding nogal eens op gespannen voet.





Programma
Grote mate van overeenstemming

Ten aanzien van inhoud, opzet en functie van het programma zijn veel punten van overeenstemming. "Van bouwen en beheren in wijk en buurt" is een thema dat bij alle partijen is terug te vinden.
Het programma van het college moet kort zijn: ongeveer 25 punten met een beperkt aantal speerpunten (een top 10).
Het programma van het college is vooral productgericht op basis van inhoud en visie en geeft kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen aan, die in de komende 4 jaar bereikt moeten worden.
Het programma van de raad is in lijn met het collegeprogramma en richt zich in belangrijke mate op de procesmatige kant (bijvoorbeeld de betrokkenheid van de bevolking), de controle op voortgang van de uitvoering van het collegeprogramma en op basis van eigen inzichten en informatie vanuit de bevolking: aanvullende prestatieafspraken bij de operationalisering van het (globale) collegeprogramma.
De punten die in ieder geval in het programma dienen te komen zijn:

- de voorzieningen dienen dicht bij de mensen in wijk en buurt te komen. Doelgroepenbeleid op zich is niet gewenst. Het beleid richt zich op sociale, economische ontwikkelingen en ruimtelijke kwaliteit. De benaderingswijze is wijkgericht en vraaggestuurd, waarbij de betrokkenheid van de gehele bevolking vertrekpunt is
- op volgende terreinen worden op basis van bereikbaarheid prestatieafspraken gemaakt:
∑ scholenbouw (kleinschalig, voor het basis- en voortgezet onderwijs; geen noodlokalen)
∑ voorzieningen gezondheidszorg
∑ voorzieningen welzijn
- integrale jeugdzorg, met inbegrip van de brede school, wordt gerealiseerd door het ontschotten van de sectoren die een deelverantwoordelijkheid hebben op deze beleidsterreinen. Onderwijs ( de vindplaats van jongeren tussen 4 en 16 tot 20 jaar), voorschoolse opvang, welzijn, sport, cultuur, gezondheidszorg, politie en justitie, worden onder regie van het gemeentelijk bestuur samengebracht om plannen te ontwikkelen en afspraken te maken over de uitvoering daarvan

- de veiligheid in de wijk is een zaak van de politie en de bewoners in de wijk en buurt. Aansluitend bij het vorige programmapunt zal de politie nauw betrokken worden bij de inhoud en opzet van het integraal jeugdbeleid. In samenspraak met op te richten buurt- en wijkcomitťs en de woningcorporaties zal de politie vorm geven aan de veiligheid: bereikbaarheid, herkenbaarheid van de politie en gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ook hier weer: samenwerking tussen de sectoren en direct betrokkenen die een opdracht en belang hebben op dit beleidsterrein.
- gezondheidszorg en welzijn zorgen voor een voorzieningenpakket en de samenhang in dat pakket voor alle bewoners in wijk en buurt. De opbouw en toekomstige ontwikkeling van buurt en wijk zijn daarbij de leidraad: leeftijdsopbouw en ontwikkeling, nieuwbouw en renovatie, sociale en culturele samenstelling van de bevolking.
- Met woningbouwcorporaties worden prestatieafspraken gemaakt over de diversiteit in woningaanbod (seniorenhuisvesting, jongerenhuisvesting, studentenhuisvesting etc.). Daarbij wordt eveneens betrokken welke wensen er leven bij de bewoners die uit een andere cultuur komen. Bij de prestatieafspraken behoren eveneens de onderwerpen veiligheid, leefbaarheid (groen, onderhoud van omgeving en woningen), voorraad sociale sector en de relatie met koopwoningen, integrale stadsontwikkeling.
- de ontwikkeling van de multiculturele stad wordt gerealiseerd door een aantal van de hiervoor genoemde programmapunten. Daarnaast draagt het bestuur zorg voor:
∑ een goede communicatie met de Almeerders afkomstig uit andere culturen
∑ een goede communicatie tussen de burgers onderling in stad, wijk en buurt
∑ het verkennen van de (wettelijke) mogelijkheden die er zijn voor voorzieningen die recht doen aan de multiculturele stad: kerken, gebedshuizen, winkels, uitgaansgelegenheden en cursussen. Toegankelijkheid voor allen en respect voor mensen en de gemaakte afspraken zijn de centrale thema´s bij deze ontwikkelingen
- de groei van Almere wordt in sterke mate bepaald door de inrichting van ecologische hoofdzones: de groene en blauwe structuur zijn en blijven het vertrekpunt bij nieuwbouw, verdichting en renovatie. Het bestuur maakt hiervoor een ecologisch plan.
- Almere wil verder groeien onder de volgende voorwaarden:
∑ de "inhaalslag" die er gemaakt moet worden op het voorzieningen niveau is onderdeel van de onderhandelingen met de verschillende departementen, die hier een bijdrage aan kunnen leveren
∑ iedere uitbreiding wordt gerealiseerd op basis van concrete afspraken met de rijksoverheid en de provincie: vastleggen van prestaties en toegewezen extra middelen ten aanzien van de harde en zachte infrastructuur (bestaand en toekomstig)
Bovenstaande programmapunten zijn naar mijn indruk zeer wel in een programma te vatten. Dat geldt dan voor zowel het collegeprogramma als het programma van de raad. Er zitten voorts voldoende aanknopingspunten om een scheiding aan te brengen tussen de kwantitatieve en kwalitatieve afspraken voor (vooral) het college programma en het programma van de raad. Over de meer procesmatige afspraken zal ik bij de paragraaf over het bestuur een aantal mogelijkheden noemen.
Nog geen overeenstemming
Bij de antwoorden op mijn schriftelijk gestelde vragen en de gesprekken die ik gevoerd heb, is een aantal programmapunten van verschillende partijen aan de orde geweest, waar -zeker op basis van teksten in de programma´s - geen overeenstemming is. Met name Leefbaar Almere heeft zich in de verkiezingsperiode nogal stevig geprofileerd op een aantal van deze punten. Maar ook tussen andere partijprogramma´s zijn verschillen te constateren.

Een aantal van deze punten heb ik uitdrukkelijk ter sprake gebracht. Op basis van die gesprekken acht ik het zeer wel mogelijk dat in de periode van programopstelling en formatie constructieve onderhandelingen kunnen worden gevoerd. De mogelijke inzet voor de onderhandelingen geef ik hierna per punt aan.
Financieel beleid
Ten aanzien van het financieel beleid zijn de volgende verschillen te constateren:
- de inzet van middelen voor investering en exploitatie
- het genereren van opbrengsten uit belastingen en andere bronnen van inkomsten
- de kosten die gebruikers van voorzieningen voor dat gebruik moeten betalen
- de verwachtingen die er zijn ten aanzien van geplande en werkelijke kosten van structurele en eenmalige activiteiten
Verschillen van inzicht komen hierna terug bij een aantal afzonderlijke onderwerpen, waarover geen overeenstemming bestaat. In zijn algemeenheid moet worden gesteld dat het absoluut noodzakelijk is dat er een meerjaren investeringsplan komt. In dat investeringsplan moet ten minste duidelijk zijn:
- welke middelen ontvangen worden via derden en welke de gemeente zelf wil genereren: belastingen, (winstmaximalisering van) het grondbedrijf, parkeergelden, andere bronnen
- welke van deze middelen beschikbaar zijn voor (structurele) exploitatie en (eenmalige) investeringen
- welke budgetten beschikbaar worden gesteld om de programmapunten (bijvoorbeeld zoals hiervoor genoemd) te realiseren
- welke verhouding er per voorziening moet zijn tussen financiering door de gemeente en bijdrage van de burgers, die gebruik (kunnen) maken van de bedoelde voorziening
- de "inhaalslag" voor de voorzieningen en de noodzaak van nieuwe voorzieningen bij een groei van Almere; inzet is: wat komt voor rekening van de eigen middelen en wat voor rekening van de additionele middelen vanuit andere overheden
Omniworld
Leefbaar Almere heeft als enige partij in haar programma duidelijk gemaakt dat Omniworld niet verder moet worden doorontwikkeld. Vanuit het besef dat de politieke realiteit (ondanks de verkiezingsoverwinning) is, dat er een koers is ingeslagen in de achterliggende bestuursperiode en dat ook na de verkiezingen een breed draagvlak is voor Omniworld binnen de andere partijen, zijn er de volgende uitgangspunten voor de onderhandeling:
- het samengaan van topsport en breedtesport is gewenst
- topsport wordt op geen enkele wijze en onder geen enkele voorwaarde gefinancierd vanuit gemeente middelen
- de voorzieningen die voor de topsport worden ontwikkeld, moeten bereikbaar zijn voor de breedtesport of culturele activiteiten van en voor de Almeerse bevolking
- de middelen die worden uitgetrokken voor de voorzieningen zijn eenmalig; de exploitatie komt niet ten laste van de gemeentegelden
- daar waar het mogelijk is wordt bij iedere fase van de ontwikkeling besloten of er eenmalig wordt geÔnvesteerd en zo ja: hoe hoog die investering zal zijn
- de financiering van Omniworld gebeurt binnen de financiŽle kaders van de, zogenoemde, "vlek A"
Betaald parkeren
Ook ten aanzien van het betaald parkeren heeft Leefbaar Almere een afwijkende mening ten opzichte van andere partijen: afschaffen van het betaald parkeren en zeker niet uitbreiden. Maar ook hier speelt de realiteit van het ingezette beleid en de grootst mogelijke meerderheid voor het betaald parkeren binnen de huidige raad een belangrijke rol voor de onderhandelingen:
- voor alsnog geen kapitaalvernietiging door het afschaffen van de voorzieningen voor het betaald parkeren
- een zorgvuldige evaluatie van het betaald parkeren, zoals dat nu heeft vorm gekregen. Toetsing op: de relatie tussen het betaald parkeren en de directe kosten die er gemaakt moeten worden voor het parkeren
- voortgaande besluitvorming omtrent betaald parkeren uitsluitend op basis van de evaluatie
24-uurs economie
Een aantal partijen heeft ernstige bezwaren ten aanzien van de 24-uurs economie. Zonder dat - zoals bij de vorige drie onderhandelingspunten - expliciet gesproken is door de partijen over mogelijke afspraken op basis van de ruimte die partijen bereid zijn te geven ten opzichte van hun eigen programma, geef ik in overweging om het huidige beleid met betrekking tot de 24-uurs economie zorgvuldig te evalueren. Onderzoek naar de wensen van de bevolking en die van de middenstand, waarbij ook de mogelijkheden van de middenstand moeten worden betrokken, is op korte termijn noodzakelijk. Pas op grond daarvan kunnen zowel uit het college als uit de raad voorstellen komen om het huidige beleid te wijzigen, dan wel te handhaven.
Samenvattend
Tussen alle partijen is op majeure punten voor de verdere ontwikkeling van de stad een grote mate van overeenstemming. Op die punten waar geen overeenstemming is en waar tijdens de verkiezingsstrijd een grote mate van verschil naar voren is gebracht, zijn naar mijn inzicht stellig constructieve onderhandelingen mogelijk. De onderhandelaars zullen dan wel allen over dezelfde (uitvoerige) informatie moeten beschikken. Met name een partij als Leefbaar Almere heeft onvoldoende inzicht in onderliggende (financiŽle) informatie, feiten en afwegingen die bij andere partijen wel bekend zijn. Verder moeten deze programmatische onderhandelingen ook ontdaan kunnen worden van een eventuele programmatische starheid of een verbeten vasthouden aan ingezet beleid. Evenwicht tussen verantwoording aan het electoraat en creatieve consistentie in het beleid moeten bij de onderhandelingen goed worden verkend!




Bestuur
Alle partijen kiezen voor een beleidsrijke invoering van het duale bestuur. Niet omdat de rijksoverheid nu eenmaal een wet heeft aangenomen, die moet worden uitgevoerd, maar omdat het duale systeem kansen biedt.
Betrokkenheid van de bevolking
In dat duale stelsel wil een ieder de betrokkenheid van de bevolking zo groot mogelijk laten zijn. Vandaar dat deze paragraaf over het bestuur ook begint met de bevolking. Om een aantal redenen vinden partijen het bestuurlijk gezien lastig om de bevolking ook daadwerkelijk bij het bestuur te betrekken:
- hoe bereik je de mensen. Via de organisaties bereik je wel een aantal burgers, maar zeker niet alle. Bovendien is de ervaring dat organisaties zelf ook zeker niet alle mensen vertegenwoordigen; zelfs niet degenen die zij in termen van organisatie representeren. En de belangrijkste vraag: zitten de burgers daar wel op te wachten?!
- de communicatieve vaardigheden van het bestuur zijn zeker nog niet optimaal ontwikkeld
- hoe zorg je ervoor dat je bij de burgers geen verkeerde verwachtingspatronen wekt
Ten aanzien van de betrokkenheid van de bevolking bij het bestuur is een aantal ideeŽn in de gesprekken aan de orde geweest. Deze ideeŽn kunnen voor een belangrijk deel worden opgenomen bij de inhoudelijke en operationele uitwerking van het eenmaal vastgestelde programma:
- formuleer wat wordt verstaan onder wijk en buurt bij iedere activiteit die wordt aangepakt op basis van het programma
- maak duidelijk of een activiteit door de bevolking kan worden beÔnvloed op basis van medezeggenschap, inspraak, eigen initiatief of anderszins
- zorg voor een representatief aanspreekpunt in wijk en buurt bij de activiteit. Faciliteer de mensen in het aanspreekpunt om hun eigen communicatie met de bewoners in wijk en buurt te onderhouden
- geef de kaders aan waarbinnen men zelf plannen kan ontwikkelen en uitvoeren (wet- en regelgeving, opbrengsten en prestaties, beschikbare budget, continuÔteit en onderhoud van het gerealiseerde). Met ander woorden : richting en ruimte moeten in goed en verantwoord evenwicht zijn
- richt bepaalde activiteiten in als experiment (kan eenmalig zijn, de hoe en de of vraag) en andere als pilot (wordt elders ingevoerd, de hoe vraag). Zorg voor de overdraagbaarheid van experimenten (indien gewenst) en pilots naar ander wijken en buurten. Schenk daarbij in ieder geval veel aandacht aan het verschil tussen de bestaande stad en de uitbreiding, de "nieuwe" stad
Als versterking van deze betrokkenheid van de burgers en als mogelijkheid om blijvend te monitoren of deze vorm van besturen werkbaar en productief is, is het de moeite waard om te werken met wijkraden, ťťn of meer gemeenteraadsleden die een wijk onder hun hoede hebben en wijkwethouders.
De gemeenteraad
In de paragraaf over het programma zijn voldoende bouwstenen te vinden voor een eigen raadsprogramma. In de college onderhandelingen zal voorop moeten staan welke punten in het raadsprogramma moeten komen en welke in het collegeprogramma. Bij de definitieve
vaststelling in een raadszitting kunnen die programma´s vervolgens door raad en college worden besproken, aangevuld en gewijzigd. Algemeen is de opvatting dat programma´s niet moeten worden dichtgespijkerd: geef elkaar maar ook de dynamiek van de ontwikkelingen de ruimte om kaders en activiteiten in open overleg bij te stellen.
Waar het gaat om de betrokkenheid van de bevolking zullen raadsleden een belangrijke rol gaan vervullen. De procesmatige aspecten van het beleid moeten goed worden gecontroleerd en bewaakt. Deels door als raadsleden hier zelf pro actief in te zijn en deels door het volgen van het college. Mogelijkheden die hiervoor zijn genoemd:
- het meten van de concrete kwalitatieve en kwantitatieve resultaten die op basis van het college programma worden bereikt
- het vragen van tussenrapportages met betrekking tot het vorige punt, waarbij tussentijdse ijkpunten vooraf worden afgesproken tussen college en raad
- het laten verrichten van relevant onderzoek met betrekking tot wensen van de bevolking voor de uitwerking van de beleidsvoornemens van college en raad
- het inzetten van de griffie om de communicatie met de bevolking professioneel in te richten
Goed moet niet alleen worden overwogen hoe de externe communicatie is (met de bevolking), maar ook de interne communicatie verdient volop aandacht. Het werken met commissie moet mogelijk zijn, maar dan vooral in de informatieve zin, waarbij de wethouder(s) worden uitgenodigd om inzicht te geven in de voortgang van activiteiten en beleidsontwikkelingen. Voor bepaalde (inhoudelijk) lastige kwesties is het wellicht gewenst een commissie in het leven te roepen: Omniworld en betaald parkeren.
Voor de inrichting van de griffie en het presidium zijn al ervaringen, relevante stukken en discussie geweest en komt er nog meer dan voldoende aan om een verdere invulling van het duale stelsel met vertrouwen tegemoet te zien.
Het college
Alle partijen zijn het van harte met elkaar eens, dat er een sterk college bestuur moet komen. Bestuurlijke kwaliteiten staan hoog in het vaandel bij alle gesprekspartners. Bekendheid met de sector is een volgende prioriteit, maar doorslaggevend hoeft dat in alle gevallen zeker niet te zijn. De mogelijkheid om zich snel in te werken in de dossiers en het goed kunnen onderscheiden van hoofdzaken en bijzaken is eerder gewenst dan een grote mate van vakkennis voor het beheren van een portefeuille
Het is verstandig om voordat de formatie van het college begint een profielschets voor het college en de wethouder op te stellen. Niet alleen geldig voor de nieuwe wethouders (al dan niet van buiten de raad), maar ook voor de wethouders die terug willen komen in een nieuw college.
Op basis van het programma kan het college een korte (maandelijkse) managementrapportage aan de raad geven. Voor de discussies over de voortgang van beleidsontwikkeling en de activiteiten op basis van het beleid zal dit heel behulpzaam zijn.
Het college zal veel moeten inzetten op de communicatie en onderhandelingen met de rijksoverheid, de provincie en de regio. De genoemde programmapunten en de (financiŽle) twijfels ten aanzien van de haalbaarheid van al deze plannen, maken succesvolle onderhandelingen met andere partners voorwaardelijk voor een productief beleid.
Verder zal het bestuur strategische en op prestaties gerichte afspraken moeten maken met professionals die bij de uitvoering van de plannen een belangrijke rol gaan spelen: onderwijsinstellingen (besturen), welzijn, woningcorporaties, GGD, cultuurinstellingen, sportverenigingen, politie en justitie. Ook hier geldt volgens verschillende partijen dat er een goede balans moet zijn tussen richting en ruimte: de aangereikte kaders moeten recht doen aan de professionaliteit en de eigen verantwoordelijkheid die binnen de genoemde instellingen en instanties zonder twijfel aanwezig is. Verder moeten bestuur en uitvoerders haalbare afspraken worden gemaakt over resultaat en rendement. Het eenmaal vastgestelde programma is basis voor de afspraken, evenals de eigen inzichten van betrokken partijen.

Samenwerking
De vorige paragrafen laten reeds zien dat er programmatisch en bestuurlijk een grote mate van overeenstemming is tussen partijen. Dit zou inhouden dat vrijwel iedere partij zitting kan nemen in het toekomstige college.
Niettemin is er over dit onderwerp nog wel het een en ander te melden op basis van opmerkingen in de gesprekken en de beantwoording van de vragenlijst.
Een aantal partijen geeft er de voorkeur aan om niet deel te nemen in het college: de Almere Partij en Verenigde Seniorenpartij. De Christen Unie is beschikbaar voor het college wanneer andere partijen die de voorkeur hebben van de Christen Unie niet in staat blijken te zijn om een college te vormen.
Overigens zeggen alle partijen zonder enige terughoudendheid of met gevoel van achterstelling dat zij uitsluitend zitting nemen in de raad als waardevol en volwaardig ervaren. Het duale stelsel dat wordt ingevoerd is hiervoor de reden.
Kijkend naar het programma, de visie op het bestuur en - niet in de laatste plaats - de uitkomst van de verkiezingen, is een aantal partijen van mening dat Leefbaar Almere de bestuursverantwoordelijkheid in het college zeker op zich moet nemen. Vrij veel partijen wensen (op basis van diezelfde drie invalshoeken) ook samen met Leefbaar Almere die verantwoordelijkheid in het college te dragen. Voorwaarde is dan wel dat de programmapunten waarover verschil van opvatting is (zoals hiervoor aangegeven) helder en duidelijk worden uitonderhandeld. Met name de punten betaalbaarheid en recht doen aan continuÔteit van bestuur staan daarbij centraal. Leefbaar Almere wil haar bondig geformuleerde programmapunten in bespreking brengen, waarbij reŽle ombuiging van ingezet beleid en beleidsvoornemens voor andere partijen bespreekbaar moet zijn.
Verder heeft een aantal partijen aangegeven (Groen Links, Stadspartij Almere en D´66) dat op vrij veel inhoudelijke punten Leefbaar Almere in haar programma nog weinig duidelijkheid heeft geboden. Bij de onderhandelingen willen deze partijen dat die inhaalslag in ieder geval wordt gemaakt. De Christen Unie heeft zich duidelijk uitgesproken tegen deelname van Leefbaar Almere aan het college; men is van mening dat de onhaalbaarheid van vele programma onderdelen en de toon tijdens de verkiezingsperiode zodanig is en is geweest dat geloofwaardige zitting in het college niet mogelijk is.
Mijn advies is om op basis van de aanwezige programmatische overeenstemming op belangrijke punten, de visie op de inrichting van het bestuurlijk bestel en de bereidheid om bestuurlijke verantwoordelijkheid te dragen, Leefbaar Almere de start te laten maken met de onderhandelingen over programma opstelling en collegevorming te. Partij van de Arbeid, VVD, Groen Links, D´66 en CDA zijn bij die eerste ronde alle de gesprekspartners. De Stadspartij Almere heeft zowel bij de beantwoording van de vragen als in het gesprek kenbaar gemaakt dat er stevige inhoudelijke (financiŽle) twijfels bestaan over opvattingen en inzet van Leefbaar Almere. Leefbaar Almere zelf noemt de Stadspartij Almere bij de beantwoording van de vragen niet als een partij waarbij men programmatisch voldoende herkenbaarheid ervaart. Om die redenen ligt het niet voor de hand dat de Stadspartij Almere in de eerste ronde wordt betrokken bij de besprekingen.
Bij de onderhandeling over de punten waarover geen overeenstemming is, is er een kans dat met name de VVD niet akkoord kan gaan met de uitkomst. In dat geval blijft er dan nog een ruime meerderheid over om een college te vormen, uiteraard onder de voorwaarde dat er ten aanzien van de verschillen van inzicht wel heldere programma afspraken kunnen worden opgesteld.

Wanneer tot overeenstemming kan worden gekomen tussen al deze partijen, dan kan er een college ontstaan dat op een breed draagvlak in de Almeerse bevolking kan rekenen. Bij een aantal van zes wethouders kan dan een gelijke verdeling over de zes partijen plaats vinden. Draagvlak voor deze verdeling moet dan gevonden worden in het gegeven dat de programmatische, kwalitatieve, overeenstemming ruimschoots voldoende is om de eigen partijprogramma´s toereikend gerealiseerd te zien. Bovendien biedt de nieuwe positie van de raad - meer dan voorheen - de mogelijkheid om inhoudelijke inzichten van partijen in beleid te vertalen.
Wanneer partijen hechten aan een (relatieve!) kwantitatieve afspiegeling van de verkiezingsuitslag binnen het college, dan zullen niet meer dan ten hoogste vijf partijen deel uit maken van het college (Leefbaar Almere 2 wethouders, de overige partijen ieder ťťn).
Tijdens de gesprekken heb ik indringend gevraagd wat de motieven zijn van partijen om Leefbaar Almere aan te wijzen als partij die verantwoordelijkheid voor het bestuur moet nemen. De redenen zijn in ieder geval niet dat men dit uit opportunisme zegt "Anders winnen ze de volgende verkiezingen nog meer" of: "Laat ze maar eens ervaren hoe moeilijk het is om bestuursverantwoordelijkheid te nemen". De gevraagde partijen zijn oprecht van mening dat de uitslag van de verkiezingen recht moet worden gedaan. Dat daarbij de inhoudelijke en bestuurlijke inzichten en wensen van Leefbaar Almere de toetsteen moet zijn en blijven om te komen tot een collegiaal college met een stevig inhoudelijk programma is voorwaarde.
De context
Ten slotte wil ik nog een aantal korte opmerkingen maken die bij mij tijdens de gesprekken en het overdenken van de gesprekken zijn opgekomen. Naar believen kunnen zij al dan niet worden ingepast bij de invulling en verdere uitwerking van de hiervoor genoemde onderwerpen.
De snelle groei van Almere stelt hoge eisen aan de kwaliteiten van mensen in het college, de raad en binnen het ambtelijk apparaat. Het is verstandig om hiermee niet alleen van meet af rekening te houden, maar ook om er wat aan te doen. Deskundigheidsbevordering van wethouders en raadsleden (vergadertechnieken, discussievaardigheden, conflicthantering, en dergelijke) is - zeker in het duale stelsel - broodnodig.
Ook van het ambtelijk apparaat wordt verwacht dat men ten dienste van college, raad en bevolking werkzaamheden verricht. Wanneer opdrachten strijdig zijn, prioriteiten niet helder worden geformuleerd (ook richting derden), dan dreigt chaos. Een wethouder met als verantwoordelijkheid de bedrijfsvoering, de gemeentesecretaris en de griffier zullen samen met het managementteam de gang van zaken binnen het ambtelijk apparaat goed op orde moeten houden.
Gelet op de ontwikkelen die Almere nog moet doormaken is continuÔteit in bestuur meer dan dringend gewenst. Het turbulente verleden dat Almere bestuurlijk gekend heeft, moet ook een definitief verleden zijn. Goede programmatische afspraken, een geleidelijke en goed geplande invoering van het duale stelsel en zorgvuldige coaching en management van het ambtelijk apparaat, zijn voorwaardelijk om een kwalitatieve betrokkenheid van de bevolking bij het beleid mogelijk te maken.
Onderdeel van die continuÔteit is ook dat college (een wethouder) van mening mag en kan verschillen met de raad. Bijstelling of verwerping van een voorstel moet dan zeker niet bij voorbaat leiden tot inleveren van portefeuilles of moties van wantrouwen.
Ten slotte: in een aantal gesprekken is opgemerkt (soms als hartenkreet!) dat men gebrek aan respect ervaart. IdeeŽn van de ene partij worden overgenomen door een andere, en vervolgens neemt men de eerste niet meer serieus in debatten. Ook het niet zo goed ingevoerd zijn in het politieke bedrijf, met bepaalde gebruiken, gewoontes en taalgebruik (en daar ook (na jaren) nog niet zo goed mee om kunnen gaan), is wel eens een reden om de inhoud van hetgeen gezegd wordt niet altijd serieus te nemen. Zeker nu er een duaal stelsel wordt ingevoerd lijkt er een goede kans om, over (coalitie) partijen heen, elkaar te vinden op inhoudelijke punten, waarbij de vorm waarin iemand de inhoud brengt of het aantal zetels dat wordt ingenomen in de raad, niet meer (alleen) doorslaggevend is.
Ten aanzien van het verloop van de veranderingen, de sfeer waarin dit gebeurt en de behartiging van alle belangen, zal de burgemeester, naast alle ander wettelijke taken een belangrijke rol spelen.




Bijlage1
VRAGENLIJST GESPREKSRONDE FRACTIELEIDERS - INFORMATEUR
Programma
Welke punten uit uw eigen partijprogramma hebben een dusdanig hoge prioriteit dat u deze terug wilt zien in het Collegeprogramma (maximaal 3 punten noemen):

Wanneer u naar uw eigen prioriteiten kijkt en u legt deze naast de programma´s van de andere partijen, met welke partijen blijken dan - inhoudelijk bezien - werkbare overeenkomsten in programmatisch opzicht:
Bestuur
Het duale bestuursmodel geeft de mogelijkheid om de nieuwe wet beleidsrijk of beleidsarm in te vullen. Welke keuze maakt uw partij hierbij en licht dat kort toe aan de volgende onderwerpen:
- De aard van het collegeprogramma (omvang, gedetailleerdheid etc.):
- De relatie College gemeenteraad (relevante kenmerken van uw invulling van het dualisme):
- De wijze waarop de betrokkenheid van de bevolking wordt georganiseerd:
- Gaat de voorkeur van uw partij uit naar zitting nemen in het College:

Toekomstige ontwikkeling van Almere
Het huidige kabinet is van mening dat Almere moet doorgroeien naar 400 000 inwoners. Nog even daargelaten of dit aantal haalbaar is, is wel duidelijk dat de gestage en snelle groei van Almere nog doorgaat. In dat licht bezien:
- Welke opvatting heeft uw partij over omvang en snelheid van de groei:

- Welke van uw programmapunten (ook de hiervoor niet genoemde) moeten deze opvatting in de bestuurlijke praktijk van alle dag realiseren:
- Welke consequenties heeft de groei van Almere voor het voorzieningenniveau van de stad:
- Welke consequenties zijn er voor de toekomstige relatie met en positionering ten opzichte van de regio:

TERUG