Kunnen we straks gratis parkeren?

Almere 03 April 2002

2e concept


0. Inleiding

De kiezer heeft gesproken. Met de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen heeft de kiezer gebroken met de bestaande politieke verhoudingen. Impliciet is de wens uitgesproken om te komen tot nieuwe vormen van politiek en bestuur. Deze wens kan en moet worden gehonoreerd. Dit collegeprogram moet dan ook gezien worden als de intentie van de deelnemende partijen om een nieuwe koers te varen bij het besturen van onze stad. De koers die ons voor ogen staat, gaat uit van een progressief en sociaal program.

Progressief omdat Almere voor nieuwe uitdagingen staat. Bij de verdere ontwikkeling van de stad tot ‘misschien wel de vierde stad van Nederland’. En bij het beheer van de bestaande stad tot ‘misschien wel de mooiste stad van Nederland’. Op beide punten wil dit college zich laten leiden door vernieuwing en ambitie. Voor ons houdt dat in dat we betekenis willen geven aan een duurzame ontwikkeling van de stad met oog voor toekomstige generaties van bewoners. Betekenis ook aan een open en transparante stijl van besturen. En erkenning willen geven aan het uitgangspunt van diversiteit als leidend principe bij het tot wasdom laten komen van een stedelijke samenleving.

Sociaal omdat het uiteindelijk gaat om de mensen die met elkaar de stad maken. In hun eigen werk en hun dagelijks leven. In de omgang met elkaar, in de buurt waar zij wonen en in de stamkroeg of vereniging waar zij vertoeven. Zij staan centraal. De inwoners van Almere hebben recht op een bestuur dat hen in staat stelt invloed uit te oefenen op de kwaliteit van hun persoonlijk leven en een bestuur dat investeert in de kansen van mensen. Een bestuur dat oog heeft voor het bevorderen van onderlinge solidariteit en bestaanszekerheid voor individuele mensen en maatschappelijke en economische veerkracht voor de stad als geheel.

Sociaal én progressief omdat de relatie tussen het bestuur van de stad en haar bewoners op een moderne leest moet worden geschoeid. Volle ruimte en het zoeken naar nieuwe vormen voor inbreng, participatie en initiatief van bewoners, bedrijven en organisaties.

In dit collegeprogram zetten wij onze uitgangspunten voor het bestuur van de stad in de komende 4 jaar uiteen. Deze gaan achtereenvolgens over de eigen werkwijze van het college en de omgangsvormen tussen gemeenteraad, college en de samenleving in het duale stelsel (1). Over de stijl van besturen en de wijze waarop het college sturing wil geven aan de uitdagingen waar de stad voor staat (2). En tot slot over de inhoudelijke ambities die dit college heeft en de concrete doelen die het in deze bestuursperiode wil bereiken (3 en 4).


1. Werkwijze college en omgangsvormen raad, college en de samenleving

Het college kiest voor collegiaal bestuur. Als uitgangspunten voor deze collegialiteit, gelden wat ons betreft:

  • Eenheid en gezamenlijkheid in optreden naar buiten bij presentatie van voorkeuropties collegevoorstellen
  • Geen exclusieve verantwoordelijkheid bij één enkele portefeuille, maar gezamenlijke verantwoordelijkheid voor hoofdlijnen van beleid
  • Verleggen van accent op management van uitvoering naar bestuurlijke aansturing van samenhangend beleid en creativiteit van oplossingen
  • Grotere verantwoordelijkheid voor het management van uitvoering aan de ambtelijke organisatie
  • Bieden van openheid en inzichtelijkheid van de voorbereiding van collegevoorstellen teneinde het inhoudelijke politieke debat in de raad te bevorderen, alsmede de interactie tussen raad, college en samenleving

    De collegialiteit van bestuur bepaalt in hoge mate de feitelijke werkwijze van het college. Dat houdt voor ons in dat de agenda van de wekelijkse vergadering van B&W wordt ontlast van de day-to-day besluitvorming en meer het karakter zal krijgen van een bediscussiërende vergadering over de hoofdthema’s van beleid. Uitvoeringsvoorstellen worden als hamerstukken afgedaan, tenzij een of meer collegeleden zo’n voorstel op hoofdlijnen wil(len) bespreken.

    Het college wil het duale stelsel dat met de nieuwe Gemeentewet is ingevoerd ten volle benutten. Wij zien in dit stelsel veel kansen voor een beter functioneren van het politiek bestuur en de interactie tussen kiezers en gekozenen. Het biedt ruimte voor politiek debat, voor het openlijk bespreken van keuzes en standpunten, en voor vernieuwende omgangsvormen tussen raad en college. Om deze kansen op te pakken, heeft het college de volgende ideeën.

    Het politieke debat moet zo veel mogelijk in de raad plaatsvinden. De raad stelt in een raadsprogramma de hoofdkaders vast voor beleid en vertaalt deze jaarlijks naar een programmabegroting waarin de beleidsthema’s worden gekoppeld aan beschikbare middelen. Het college stelt op basis van deze programmabegroting een pakket van producten vast waarmee het aangeeft op welke wijze het college uitvoering wil geven aan de door de raad gestelde kaders. Deze producten leiden tot voorstellen aan de raad. Om het politieke debat in de raad recht te doen, zal het eerder regel dan uitzondering zijn dat aan de raad meervoudige voorstellen zullen worden voorgelegd, voorzien van voor –en nadelen. Het college geeft daarbij steeds zijn voorkeuroptie aan. Uiteindelijk ligt het mandaat van de kiezer bij de raad en het is de raad die verantwoordelijk is voor de finale afweging en beslissing.

    De eenheid en gezamenlijkheid van het college pleegt geen inbreuk op het dualistisch bestel. De collegepartijen geven hun steun aan het voorliggende collegeprogramma en de daarin vervatte concrete afspraken. De raad en de daarin vertegenwoordigde fracties hebben een eigenstandige verantwoordelijkheid voor de uiteindelijke besluitvorming over de voorstellen van het college voortvloeiend uit de door de raad vastgestelde programmabegroting. Wanneer de raad anders besluit dan de voorkeuroptie of alternatieven van het college, blijft de basis voor nieuwe voorstellen van het college hierover in principe bestaan.

    2. Stijl van besturen en wijze van sturing

    Het college heeft een collectieve verantwoordelijkheid voor een evenwichtige ontwikkeling van Almere. Voor het continue investeren in een goede balans tussen de bestaande en de nieuwe stad, de mensen en de stenen, de fysieke stad en het leven in de stad. En voor de zorg voor een gezonde financiële huishouding. Het college is op deze algehele opgave als collectief aanspreekbaar en kiest ervoor om op dit niveau sturing te geven aan het dagelijks bestuur van de stad. Voorstellen van afzonderlijke collegeleden zullen door ons steeds in het evenwichtsperspectief van deze algehele opgave worden bekeken en beoordeeld.

    Uiteraard laten de uitdagingen waar de stad voor staat zich onderverdelen in afzonderlijke onderdelen. Het college wil deze onderdelen in drie samenhangende domeinen onderbrengen. Daarmee dwingen wij onszelf om op de hoofdlijnen van de Almeerse opgave te blijven sturen. Wij onderscheiden een ruimtelijk, een sociaal en een economisch domein. Om te komen tot vernieuwing willen wij nieuwe invalshoeken gebruiken als input voor beleid op deze domeinen. Zo willen wij de betekenis van thema’s als diversiteit of duurzaamheid voor het sociale leven, maar ook voor de inrichting en het beheer van de fysieke ruimte invullen.

    Met sturing op de ruimtelijke kwaliteit streven we naar kwaliteit en innovatie in de nieuwbouw, overigens vanuit ervaring met en beleving van de bestaande stad en binnen heldere budgettaire kaders, en een directe doorvertaling van deze kwaliteit naar de bestaande stad. We leggen verbindingen tussen de bestaande en de nieuwe stad, tussen stedelijk en wijkniveau, tussen inrichting, beheer en vernieuwing. Dit mondt uit in een verdere uitwerking en toepassing van het Structuurplan, het ontwikkelen van een stedelijk kaderplan en toewerken naar een concept en programma voor (preventieve) stedelijke vernieuwing.
    Met sturing op sociaal leven verleggen we de bestuurlijke aandacht van gebouwen naar mensen en streven we naar kwaliteit van de samenleving en het sociaal leven in de stad. Op diverse niveaus leggen we verbanden tussen zorg, onderwijs en welzijn, maar ook bijvoorbeeld tussen sport en cultuur vanuit het vertrekpunt leefstijlen. Deze vorm van sturing mondt uit in een sociale structuurschets en een visie op diversiteit en dagindeling. Nadrukkelijk heeft ook een verdere uitwerking en toepassing van het integraal veiligheidsbeleid hier een plek.
    Een economisch gezonde stad is een gewilde vestigingsplaats voor bedrijven, maar heeft ook oog voor kleinschalige werkgelegenheid, (arbeidsmarkt)participatie en een goed sociaal beleid. Doelstelling is dus een sluitende aanpak. De economische sturing is gericht op samenhang tussen bedrijvigheid, scholing, werk en inkomen, maar ook mobiliteit en concreter: infrastructuur. Dit sturingsonderdeel leidt onder meer tot een masterplan voor werkgelegenheid, scholing en (sociale) mobiliteit.

    De visie van dit college op sturing en verantwoordelijkheid leidt automatisch tot de vaststelling dat de uiteindelijke portefeuilleverantwoordelijkheid van een andere orde is dan de verantwoordelijkheid voor deze domeinen. Waar het collectief een vergaande gezamenlijke verantwoordelijkheid heeft op het totaal, daar geldt voor de uitvoering op de portefeuille-onderdelen van afzonderlijke collegeleden een vergaande en zelfstandige verantwoordelijkheid van de wethouder.

    Als onderlegger voor de wijze waarop dit college sturing wil geven aan de Almeerse opgave, geldt een open en transparante bestuursstijl. Dit college wil optimaal gebruik maken van de kennis, informatie en wensen die bewoners, bedrijven en instellingen in deze stad hebben. Dat houdt in dat het college de interactie tussen de gemeentelijke organisatie en de stad voorop stelt en daarbij actief op zoek wil gaan naar meerdere alternatieven en oplossingen voor problemen. Door deze samen met belanghebbenden en belangstellenden te benoemen en zaken bespreekbaar te maken, verwacht het bestuur draagvlak te kunnen verwerven voor de besluiten die daarop zijn gebaseerd. Ook wanneer deze niet altijd aan ieders wens tegemoet komen.

    Naast interactie en transparantie staat dit college als basis voor zijn werk een wijkgerichte en vraaggestuurde benadering voor. Het leeuwendeel van de kwesties waar het bestuur over beslist gaat over de directe leefomgeving van de bewoners van Almere. Zij formuleren wat ons betreft dan ook de vraag ten aanzien van zaken als beheer en onderhoud en de sociaal-economische en fysieke voorwaarden voor een prettige wijk. Het college spant zich ten volste in om deze vragen op tafel te krijgen. Van georganiseerde en ongeorganiseerde bewoners, bedrijven en instellingen. Deze wijkgerichte en vraaggestuurde werkwijze ontslaat de gemeente niet van de eindverantwoordelijkheid voor een plezierige leefomgeving voor iedereen.

    3. Inhoudelijke afspraken collegepartijen over Omniworld, betaald parkeren en financieel beleid

    In de aanloop naar de verkiezingen en de daaropvolgende collegeonderhandelingen zijn drie specifieke onderwerpen naar voren gekomen, te weten: Omniworld, betaald parkeren en financieel beleid. De collegepartijen hebben overeenstemming gevonden over het te voeren beleid op deze onderwerpen en de onderstaande concrete afspraken gemaakt

    3.1 Omniworld: verantwoord investeren

    Uitgangspunten:
  • De gemeente investeert slechts eenmalig in stedelijke voorzieningen die bedoeld zijn om zichzelf op commerciële basis te bedruipen
  • De gemeente betaalt in die gevallen dus niet mee in de exploitatie van commerciële ondernemingen
  • De verhouding moet kloppen: de opbrengsten van de grond dienen zich in het geval van Omniworld te verhouden met de uitgaven. Dus: het beschikbare budget, vast te stellen op basis van voorzichtige grondexploitaties, is bepalend voor het ambitieniveau van deze voorziening. Jaarlijks wordt de financiële polsstok van de gemeente opgemeten
  • De positieve effecten van topsport op breedtesport blijven uitgangspunt van beleid

    Ontwikkeling:
  • De uitgaven voor het vastgoed in Omniworld dienen te worden bekostigd uit de exploitatiebegroting van “vlek A”
  • Er wordt voor de exploitatie van de N.V. Omniworld niet meer geld beschikbaar gesteld dan de reeds door de raad gevoteerde middelen (conform besluit d.d. 12 maart 2002)
  • Er dient uiterlijk in juni 2002 een garantie voor 10 jaar te zijn voor de exploitatie van betaald voetbal. Deze garantie bestaat tenminste uit een harde 5 jarige overeenkomst met een betekenisvolle optie voor nog 5 jaar
  • De ontwikkeling van Poort wordt voortgezet, onafhankelijk van de definitieve invulling van Omniworld, waarbij een andere fasering van de bouw als mogelijke oplossing wordt gezien

    Proces:
    1. Er vindt op korte termijn overleg plaats met de Raad van Commissarissen: herbevestiging uitgangspunten en (financiële) kaders Omniworld, alsmede kansen op financiering topsport zonder gemeentelijke bijdrage (sponsoring)
    2. In juni 2002 is de totale grondexploitatie inzichtelijk gemaakt en zijn alle fysieke en financiële consequenties van de ontvlechting beschikbaar
    3. Dit betekent dat ook de (on)mogelijkheden van betaald voetbal op de langere termijn in kaart zijn gebracht en tevens dat verschillende alternatieven zijn verkend om publiekstrekkende activiteiten binnen te halen die inpasbaar zijn in het kader van de ontwikkeling van Almere Poort
    4. Voorwaarde is ook dat leisure, kantoren, woningen en retail overeind blijven. Een open oog voor de ontwikkelingen in de markt blijft noodzakelijk

    Besluitvorming:
  • Op basis van de grondexploitatie wordt deze zomer door het college van B&W Omniworld opnieuw ter besluitvorming voorgelegd aan de raad
  • Het college komt met voorstellen om de positieve ontwikkeling van Omniworld voor de breedtesport in Almere te continueren


    3.2 Betaald parkeren

    Gegevens:
    1. Kostenoverzicht
    Er zal een volledig overzicht van de kosten van (invoering en exploitatie van) het betaald parkeren beschikbaar komen
    2. Parkeeronderzoek
    Met de huidige effectmeting wordt het serviceniveau en de bezettingsgraad gemeten. Op basis van de effectmeting wordt nagegaan of de inkomsten uit het betaald parkeren in overeenstemming zijn met de raming in de begroting
    3. Inzicht exploitatie
    Er dient inzicht te worden verkregen in de totale exploitatie van het betaald parkeren, inclusief vrij geregeld parkeren (Stedenwijk, Filmwijk) en eventuele andere uitgaven van de opbrengsten uit het betaald parkeren, zoals inzet van parkeerwachten en de bouw van bewaakte fietsenstallingen
    4. Onafhankelijk onderzoek inkomstenontwikkeling ondernemers
    Aan MKB wordt voorgesteld om de opdracht te verstrekken aan een onafhankelijk onderzoeker om (steekproefsgewijs) te onderzoeken of ondernemers in het Stadscentrum te maken hebben met gewijzigde inkomsten die het gevolg zijn van de invoering van het betaald parkeren
    5. Milieueffect
    In aanvulling op de reguleringseffecten (zie Parkeeronderzoek onder 2) zal een onderzoek worden verricht naar de milieueffecten van betaald parkeren

    Uitgangspunten:
  • De inkomsten van betaald parkeren mogen uitsluitend worden besteed aan de exploitatie (inclusief afschrijvingen) van het betaald parkeren, waaronder ook vrij geregeld parkeren (Stedenwijk, Filmwijk) en eventuele andere uitgaven van de opbrengsten uit het betaald parkeren, zoals inzet van parkeerwachten en de bouw van bewaakte fietsenstallingen
  • Het besluit om met inzet van algemene middelen de kosten van gereguleerd parkeren te dekken wordt in een brede afweging met andere beleidsprioriteiten door de raad genomen

    Uitspraken:
    Op basis van bovenstaande gegevens dient een uitspraak te worden gedaan over:
  • De redelijkheid van de prijs voor het parkeren in het stadscentrum

    Mogelijke oplossingen:
    Als de gegevens beschikbaar zijn en een negatieve uitspraak wordt gedaan over de redelijkheid van de prijs van het parkeren, dienen creatieve oplossingsrichtingen bespreekbaar te zijn, zoals:
  • Tariefverlaging
  • Tariefdifferentiatie: bijvoorbeeld een eerste uur gratis parkeren, differentiatie naar dagen en/of dagdelen

    Proces:
  • De gegevens worden binnen een termijn van twee maanden beschikbaar gesteld aan het college. De uitspraak van het college wordt verwoord in een voorstel van B&W aan de gemeenteraad, betreffende kosten, uitgaven, benodigde tarieven en mogelijke oplossingen van het betaald parkeren in het Stadscentrum
  • Het voorstel van B&W wordt aangeboden aan de gemeenteraad ten behoeve van een integrale afweging van het betaald parkeren in de begrotingsbehandeling in november 2002. Het college van B&W zal zich gehouden zien aan de afweging en besluitvorming van de gemeenteraad hierover
  • Het moment kan tevens aangegrepen worden door de gemeenteraad om te formuleren hoe zij wil sturen (reguleren) op ontwikkelingen in het stadscentrum, zoals het betaald parkeren

    3.3 Financieel beleid

    Uitgangspunten:
  • Er dient sprake te zijn van een sluitende begroting en een gezond meerjarenperspectief
  • De basis voor de gemeentelijke uitgaven is gebaseerd op een investeringsprogramma voor noodzakelijk geachte voorzieningen en investeringen. Dit programma is begin 2003 gereed
  • Bij frictie tussen noodzakelijk geachte voorzieningen en beschikbare middelen, inclusief nieuwe geldstromen van het rijk, wordt een deugdelijke inschatting gemaakt van de risico’s om deze door voorfinanciering te realiseren. Indien deze risico’s dermate groot zijn, dat een verantwoord meerjaren perspectief niet te verwachten is, vindt nadere prioritering binnen het meerjarenperspectief plaats.
  • Tarieven en heffingen zijn kostendekkend
  • Alleen trendmatige verhoging OZB (inflatiecorrectie). Geen extra OZB-verhoging, tenzij zo’n verhoging aantoonbaar rechtstreeks wordt aangewend voor bewoners en noodzakelijk is
  • De begroting omgevormd tot een programmabegroting en productbegroting
  • Voor de ontwikkeling van nieuwe gebieden wordt de relatie tussen het beoogde kwaliteitsniveau en de taakstelling van de grondopbrengst bestuurlijk bepaald

    Activiteiten:
  • Er vindt een verhoogde inzet plaats op het verwerven van aanvullende (rijks)gelden naast gemeentefonds en inkomsten van het grondbedrijf
  • Het huidige MIP wordt gesaneerd zodanig dat alle exploitatielasten eruit worden gehaald. Het MIP is dekkend voor geplande investeringen
  • Alle exploitaties van de gemeente worden uit de gewone dienst betaald. Alleen beschikbare incidentele middelen kunnen worden aangewend voor eenmalige investeringen
  • Er vindt een nadere oriëntatie plaats met de nieuwe raad op het punt van treasury zoals in de vorige raad is ingezet
  • De controlemechanismen ten aanzien van de financieringsstromen voor het stadscentrum zullen worden herijkt, zodanig dat deze voor de raad inzichtelijk zijn en de raad daarop controle kan uitoefenen. Dit geldt ook voor vergelijkbare projecten
  • De bestaande beleidsvelden worden permanent in een cyclus van 4 jaar doorgelicht op efficiëntie en doelmatigheid van bestedingen
  • Het gemeentelijk aanbestedingsbeleid wordt doorgelicht
  • Een portefeuillehouder zal specifiek worden belast met de bedrijfsvoering

    4. Overige inhoudelijke afspraken

    A. Positionering van Almere ten aanzien van mogelijke toekomstige groei
    Het college bevestigt de standpunten ten aanzien van de eventuele groei van Almere, zoals verwoord in de nota ‘Almere kijkt naar haar toekomst’. Dat houdt in dat wij ons concentreren op het voltooien van de historische opgave en de afspraken die in dit verband kunnen worden gemaakt met het rijk en de regio over een inhaalslag voor bestaande tekorten op het vlak van voorzieningen en infrastructuur. De druk naar het rijk wordt op dit punt opgevoerd en moet uiterlijk in 2004 tot bindende afspraken leiden. Als basis voor de Almeerse inbreng geldt het investeringsprogramma, met name ingaand op de fysieke, de sociale en de economische investeringen. Pas wanneer hierover bindende afspraken zijn gemaakt, kan worden gesproken over een verdere groei van Almere na 2010. Ook daarvoor zullen dan afspraken moeten worden gemaakt ten aanzien van de investeringen en de middelen die in de periode tot 2030 nodig zijn om Almere werkelijk te laten uitgroeien tot een grote stad.

    Uitgangspunten:
  • Vergroting capaciteit openbaar vervoer (met name rail) nader onderzoek verruiming capaciteit bestaande spoorlijnen
  • Infraprojecten A6/A9 en verdubbeling Hollandse Brug e.d. zoveel mogelijk in samenspraak met milieuverenigingen gestalte geven (versterking ecologische waarden)
  • Alzijdige Almeerse oriëntatie korte termijn westelijke orientatie; (middel)lange termijn oosten; gefaseerde benadering; opdracht aan college om nader uit te werken
  • Functionele samenwerking met Amsterdam (geen bestuurlijke hulpstructuren)
  • De groei van de stad wordt nadrukkelijk gekoppeld aan de ontwikkeling van de werkgelegenheid

    Acties
  • Integrale projectorganisatie en politieke sturing op toekomst Almere inrichten
  • Investeringsprogramma opstellen

    B. Veiligheid en openbare orde
    Planvorming
  • Kadernota integraal veiligheidsbeleid
    Projecten
  • Experimenten preventieve veiligheid en veiligheidsbeleving, onder meer op scholen
  • Jeugd en veiligheid
  • Vergunningverlening, toezicht en handhaving, preventie en repressie
  • Bestrijding huiselijk geweld, naar het voorbeeld van Amsterdam

    C. Wonen, woonomgeving, beheer en onderhoud
    Planvorming
  • Kadernota preventieve stedelijke vernieuwing
  • Kadernota bestaande stad
  • Wijkontwikkelingsplannen en wijkbeheerplannen
  • De door de raad vast te stellen nota Wonen vormt de basis voor het woonbeleid
  • De door de raad vast te stellen Parkennota vormt de basis voor het beleid ten aanzien van stedelijke parken
  • Verkenning van de relatie tussen de ontwikkeling van het stadscentrum en de ontwikkeling van stadscentra in Haven, Buiten en Poort
    Projecten
  • Experimenten wonen, leefstijlen en diensten
  • Betaalbare en toegankelijke woningbouw
  • Uitvoeringsprogramma concrete stedelijke vernieuwingsprojecten
  • Experimenten bevordering eigen woningbezit voor mensen met een smalle beurs
    Acties
  • Impuls jongerenhuisvesting en starters
  • Beleid richten op wooncarrière
  • Toepassen nieuwe architectuur
  • Nieuwe bouwexpo
  • Gemeentelijke regie op de woningmarkt
  • Woningcorporaties van buiten Almere worden uitgenodigd hier te bouwen
  • Particulier opdrachtgeverschap, keuzevrijheid sociale woningbouw en flexibele woningen
  • Vergroting mogelijkheden van combinaties van wonen en werken
  • Totstandbrenging van een wijkgebonden welstandsregime
  • Vergroting toegankelijkheid van groen en stedelijke recreatieve voorzieningen, parken en water
  • Het ambitieniveau van het stadscentrum wordt gehandhaafd en gerealiseerd naar maatstaven van goed koopman- en rentmeesterschap
  • Verdere ontwikkeling wijkgericht werken (dienstverlening, participatie en budgettoedeling)
  • Verder stimuleren van de wijknetwerken

    D. Sociaal leven
    Planvorming
  • Sociale structuurschets
  • Plan van aanpak gemeentelijke regie op samenhangende organisatie zorg, welzijn, e.d.
  • Visie op hoger onderwijs (HBO, WO) en middelbaar beroepsonderwijs in relatie tot de groei van de werkgelegenheid
  • Voor het overige geldt dat de cultuurnota, de sportnota, de nota lokaal gezondheids(zorg)beleid e.d. uitgangspunt van beleid zijn
    Projecten
  • Ontschotting welzijn, zorg, onderwijs, cultuur en sport
  • Broedplaatsen en locaties (“loods of pakhuis”)
  • Jongerenpleinen ontwikkelen
  • Brede school invoeren in nieuwe en bestaande wijken
  • Integraal jeugdbeleid
  • Dagindeling. In het kader van dit project dagindeling zal tevens worden gekeken naar de bevordering van basiszwemvaardigheid
    Acties
  • Kwaliteitsniveau nieuwe wijken toepassen op bestaande stad
  • Voldoende opvang voor dak- en thuislozen en voldoende crisisopvang
  • Spreiding basisvoorzieningen over wijken
  • Culturele voorzieningen: theater/CKV, bibliotheek, popmuziekzaal, museumconcept kunnen, binnen de beoogde financiële kaders, worden uitgewerkt en gerealiseerd
  • Kwaliteitsimpuls onderwijs verder uitvoeren en inbedden
  • Terugdringen van het gebruik van noodlokalen in het onderwijs. De mogelijkheden voor kleinschalige schoolgebouwen worden bekeken.
  • Terugdringen en voorkomen van wachtlijsten peuterspeelzalen, kinderopvang en taalonderwijs. Voor de peuterspeelzalen wordt onderzocht of de 50 procentsnorm voldoet aan de vraag. Voor kinderopvang en taalonderwijs worden de consequenties van de beoogde aanpak onderzocht
  • Onderzoek naar de financiële drempels van de ouderbijdrage voor peuterspeelzalen
  • Verscheidenheid in kwaliteit en volume horeca, toerisme en recreatie
  • De mogelijkheid van horeca in woonwijken wordt verkend
  • Geen uitbreiding van het huidige coffeeshopbeleid
  • Het aanbod speciaal onderwijs wordt uitgebouwd
  • Er komt een integrale portefeuille jeugdbeleid

    E. Mobiliteit, ruimtelijke kwaliteit en milieu
    Planvorming
  • Ruimtelijk ecologisch masterplan, waarin onder meer aandacht voor de groene en blauwe longen van de stad
  • Milieubeleidsplan
  • Kadernota duurzaamheid
  • Vaststelling en uitwerking structuurplan
    Projecten
  • Experimenten duurzaamheid: duurzame wijk, duurzaam bedrijventerrein, duurzame wijkvoorziening, duurzame ontmoetingsplaats
    Acties
  • Gratis bewaakt fietsparkeren in stadscentra
  • Verkeersdrempels weg, alternatieve maatregelen ten behoeve van verkeersveiligheid in woonwijken. Versnelde invoering 30km-zones. De keuze voor bromfietsers op het fietspad wordt heroverwogen aan de hand van ervaringen in andere gemeenten
  • Het fietspadennet wordt gehandhaafd en uitgebouwd. De hoofdfietsroute wordt herkenbaar aangegeven
  • Het vrije busbanennet wordt gehandhaafd en uitgebouwd
    · Nieuwe parkeervoorzieningen in stadscentra worden waar mogelijk ondergronds of gelaagd aangelegd

    F. Economie, werkgelegenheid en sociale zaken
    Planvorming
    · Nadruk op uitvoering “De turbo aan”
    · Beleidsplan sluitende aanpak werk, scholing en inkomen
    Projecten
    · Kennisstad
    Acties
  • Oriëntatie economische as Schiphol-Amsterdam-Almere
  • Bevordering kleine ondernemers in stadscentrum
  • Bevordering bedrijvigheid in wijken
  • Bevordering toeristische en recreatieve sector
  • Voortzetting huidige minimabeleid
  • De gemeente stelt zich terughoudend op ten aanzien van de 24-uurseconomie. Er worden geen andere drempels opgeworpen dan het aantal wettelijk toegestane koopzondagen
  • De voor- en nadelen van een organisatorische samenvoeging van economische en sociale zaken worden onderzocht

    G. Bestuur, organisatie, dienstverlening en communicatie
    Planvorming
  • Kwaliteitshandvest gemeentelijke dienstverlening
  • Voorbereiding P&O-plan schaalsprong
    Projecten
  • Brede evaluatie gemeentelijke communicatie met burgers
  • Taakvolwassenheid ambtelijke organisatie aansluitend op collegeprogram in termen van scholing, capaciteit en werkwijze
  • Het college komt met een voorstel over indeling van projecten in de bestaande gemeentelijke organisatie
    Acties
  • Verhoogde inzet elektronische dienstverlening
  • In deze raadsperiode komen tot diverse varianten voor wijk- en bewonersparticipatie, rekening houdend met verschillen tussen buurten

    TERUG