Almere-City presenteert tekst Taskforce

Almere 02 Oktober 2002


RAPPORT

TASKFORCE OMNIWORLD


Almere, 30 september 2002 Taskforce Omniworld

G.M. Geurtjens (Berenschot, voorzitter)
B. van Drueten (Omniworld)
J. van Roon (Omniworld/Boer & Croon)
A. Bult (gemeente Almere)
L. Elzinga (gemeente Almere)

MANAGEMENTSAMENVATTING


Omniworld
Omniworld is een begrip met meerdere betekenissen:

  • Het is de naam van een gebied dat in de wijk Almere Poort tussen het spoor en de autosnelweg A6 ontwikkeld wordt.

  • Het is een city-marketingconcept dat uitgaat van het ontwikkelen van dit gebied met sport als centrale leidraad. Daarnaast zouden diverse commerciële ´fun en x-citement´-activiteiten in het vastgoed worden georganiseerd. Er zou financiële synergie ontstaan tussen de sporten en deze commerciële activiteiten.

  • Het is een visie op topsportbeoefening die uitgaat van het behalen van synergie tussen sporten op sporttechnisch, commercieel en organisatorisch gebied: sporters kunnen van elkaar leren, sponsors zouden verschillende sporten financieel kunnen ondersteunen en sportorganisaties zouden gedeeltelijk kunnen worden gecombineerd.

  • Het is de naam van de overkoepelende organisatie die tot doel had deze visie te verwezenlijken.

  • Het is de naam van de drie afzonderlijke topsportorganisaties voor voetbal, basketbal en volleybal.

    Achtergrond en aanleiding
    Dit ambitieuze sport- en leasureproject in Almere Poort is in woelig vaarwater terechtgekomen. De NV Sportcomplex Almere die in 1998 is opgericht om Omniworld gestalte te geven, heeft tot dusverre geen kans gezien bedrijven en gemeente over de streep te trekken om het project daadwerkelijk te realiseren.

    Aanvankelijk zou het vastgoedgedeelte worden ontwikkeld in samenwerking met de bouwcombinatie Almada. De samenwerking met Almada werd evenwel in 2000 ontbonden. De vastgoedontwikkeling werd in handen gelegd van de NV. In maart 2001 presenteerde de NV aan Omniworld een businessplan dat door de gemeente werd beoordeeld als onvoldragen.
    De gemeente verbond aan haar instemming met de verdere ontwikkeling van het project een aantal voorwaarden die gericht waren op beperking van de kosten en vermindering van de financiële risico´s.

    In de tweede helft van 2001 heeft de NV zich ingespannen om aan deze voorwaarden te voldoen, wat uiteindelijk heeft geleid tot besluitvorming in februari 2002, waarbij de grondexploitatie en vastgoedontwikkeling in handen werden gelegd van de gemeente.
    De NV gaat zich dan nog uitsluitend bezighouden met de exploitatie van het multifunctionele sportcentrum, waarbij de gebouwen door de gemeente om niet ter beschikking worden gesteld. Er zal moeten worden gezorgd voor een sluitende exploitatie zonder verdere bijdragen van de gemeente, met dien verstande dat de per 1 juli 2002 bij de gemeente nog voor dit project beschikbare middelen (€ 5.654.430,--) in beginsel kunnen worden ingezet. In het voorjaar wordt door de NV een nieuw businessplan overgelegd, waaruit blijkt dat de exploitatieprognose nog altijd veel risico´s met zich meebrengt en dat de overhead te zwaar drukt op het kostengebouw.

    Door het nieuwe college dat na de verkiezingen in mei aantreedt, worden de voorwaarden voor Omniworld verder aangetrokken en wordt nog eens bevestigd dat voor Omniworld niet meer geld beschikbaar komt dan de reeds door de raad gevoteerde middelen. Betaald voetbal wordt losgekoppeld van het Omniworld-concept en er wordt afgestapt van het plan voor een stadion van 13.500 toeschouwers. Overleg tussen gemeente en NV resulteert in het besluit van de gemeenteraad op 2 juli om een taskforce in te stellen, die voor de NV een realistisch businessplan opstelt en de haalbaarheid van betaald voetbal op een laag ambitieniveau onderzoekt.

    Opdracht
    De opdracht voor de taskforce luidde als volgt:

    1. Ontwikkel een modulair businessplan voor de exploitatie van een topsporthal, een expohal en een vergader- en businesscentrum, alsmede voor de exploitatie van de sporten volleybal, basketbal en eventueel een derde zaalsport.
    2. Toon via onderzoek aan of in Almere betaald voetbal (op een laag ambitieniveau) gerealiseerd kan worden zonder verdere financiële inspanningen van de gemeente.


    Door de ontkoppeling van voetbal wordt het oorspronkelijke concept van Omniworld gedeeltelijk losgelaten. De ambitie om door middel van topsport aan het sport- en leasurecentrum in Almere Poort de nodige allure te geven, zal nu door volleybal/basketbal moeten worden ingevuld. Het is vooral deze ambitie die de taskforce getoetst heeft. Er is dus primair gekeken naar de haalbaarheid van volleybal/basketbal in de topsporthal Almere Poort volgens het oorspronkelijke stedenbouwkundig concept.

    Voor de aanpak van de taskforce was van belang dat de raad heeft gevraagd om een modulair businessplan. Omniworld is tot dusverre gepresenteerd als een geïntegreerd bedrijf waarvan de onderdelen niet afzonderlijk konden worden uitgelicht. De modulaire aanpak maakt het mogelijk onderdelen afzonderlijk te beoordelen, en eventueel kan ontvlechting plaatsvinden. De taskforce heeft zelfstandige businessplannen opgesteld voor de topsporthal, volleybal, basketbal en voetbal.

    Topsporthal
    De topsporthal (3.500 zitplaatsen) vervult een belangrijke, centrale functie in het stedenbouwkundig ontwerp van het gebied Almere Poort. In het oorspronkelijke plan waren diverse functies, zoals een restaurant, kantoor, receptie, bestuurskamer, etc., voor alle sporten gesitueerd in het voetbalstadion en het ´verbindingsgebouw´ tussen het voetbalstadion en de topsporthal. Nu de topsporthal zelfstandig gaat functioneren, dienen deze additionele ruimten in een kleinere maat te worden ondergebracht in de topsporthal.

    Op basis van het bestuderen van bestaande kostenopstellingen van de NV, het raadplegen van benchmarkinformatie en het hanteren van normgetallen, heeft de taskforce een businessplan voor de topsporthal opgesteld (inclusief de genoemde additionele ruimten), gebaseerd op realistische en behoudende aannames. Voor een bedrag van € 657.000,-- per jaar (€ 329.000,-- per sport) kan deze hal worden geëxploiteerd. Voor het beheer van de hal is uitgegaan van een personeelsbezetting van 8 f.t.e.

    De exploitatielasten van de nieuwe hal zullen met een jaarlijks aan de beide sporten toe te rekenen exploitatiebedrag van € 329.000,-- zwaar drukken op de begroting voor volleybal en basketbal. Ter vergelijking: de huidige jaarlijkse lasten per sport voor de hal in Waterwijk (1.250 zitplaatsen) bedragen € 42.000,--.

    Conclusie 1: De topsporthal heeft een jaarlijkse exploitatielast van € 657.000.

    Expohal
    Door de mogelijke ontvlechting van het Omniworld-bedrijf is de expohal in een ander perspectief komen te staan. De hal vervult een duidelijke functie in het stedenbouwkundig concept, maar is niet voorwaardelijk voor het realiseren van topsport.

    Bij de interpretatie van de opdracht heeft bij de taskforce de mening post gevat de taken van de NV Omniworld terug te brengen tot haar corebusiness, te weten het exploiteren van de sport. In een dergelijke sport-NV past derhalve niet het exploiteren van de expohal en evenmin het runnen van een vergader- en businesscentrum.

    Er is derhalve geen afzonderlijk businessplan voor de expohal en het vergader- en businesscentrum opgesteld.

    Aangezien TCN (Trammel Crow Nederland) destijds de exploitatie samen met de NV op zich zou nemen, heeft de gemeente aan deze marktpartij gevraagd of zij een expohal wil ontwikkelen, realiseren en exploiteren in het Omniworld-gebied. TCN heeft zich hiertoe bereid verklaard in de vorm van een schriftelijke intentieverklaring. Door deze verschuiving zullen de investeringskosten van de expohal vrijvallen voor de gemeente. Daarentegen zal de NV Sportcomplex Almere een forse inkomstenbron missen.

    Conclusie 2: Bij de uitwerking van de opdracht is als uitgangspunt genomen dat de kerntaak van Omniworld het exploiteren van de sporten is. Er is geen businessplan voor de expohal en het vergader en businesscentrum gemaakt en de expohal is ´in de markt gezet´ bij TCN.

    Volleybal en basketbal
    In de sporten volleybal en basketbal kan alleen topsport worden bedreven zonder overheidssubsidie, indien daarvoor structureel aanzienlijke sponsorbedragen kunnen worden vrijgemaakt. De taskforce acht het niet realistisch dat dit in Almere mogelijk is. De sponsorbedragen die gelden voor subtopsport, acht de taskforce wel haalbaar. Dit impliceert dat subtopniveau het voor de indoorsporten aangehouden ambitieniveau moet zijn, wat ook de jaarlijkse structurele lasten zal verlagen, onder andere door lagere spelers- en organisatiekosten.

    Conclusie 3: De zaalsporten zijn alleen te exploiteren op subtopniveau.

    De ambitieuze indoorhal die nu in Almere Poort wordt voorzien, is gebaseerd op topsportbeoefening. De taskforce heeft geraamd dat de kosten van de indoorhal en de twee sporten gezamenlijk jaarlijks structureel € 965.000,-- hoger zullen liggen dan de daar te genereren inkomsten. De aanloopkosten vanaf eind 2002 tot en met einde seizoen 2004/2005 bedragen daarbij circa € 2,2 miljoen voor volleybal respectievelijk € 2,3 miljoen voor basketbal. Totale aanloopkosten tot en met einde seizoen 2004/2005 komen dus op circa € 4,5 miljoen voor de zaalsporten gezamenlijk.

    Indien als eis wordt gesteld dat de indoorhal en de daar bedreven sporten volleybal en basketbal tezamen een sluitende begroting hebben, moet de taskforce aangeven dat zij dit niet realistisch acht.

    Conclusie 4: Basketbal en volleybal hebben samen een exploitatietekort van € 965.000 per jaar en tot 2004/2005 aanloopkosten van € 4,5 miljoen. Een sluitende exploitatie is niet mogelijk.

    Verder geeft de taskforce aan dat er vanuit de realistisch geachte sportambitie van subtop geen logische aanleiding is om een zeer ambitieuze indoorhal (3.500 zitplaatsen) van absolute topklasse te realiseren en dat dat ook de nodige financiële risico´s met zich zal meebrengen. Met andere woorden, in een ´tophal´ hoort topsport en geen subtopsport. De taskforce vindt het niet verantwoord om nu al een mogelijk toekomstig doorgroeiscenario van ´subtop´ naar ´top´ in te calculeren, omdat het verkrijgen van de daarvoor benodigde sponsorgelden te onzeker is.

    Een andere optie zou kunnen zijn de zaalsporten te continueren op hun huidige locatie in Waterwijk. De taskforce heeft becijferd dat het jaarlijks structurele tekort dan € 497.000,-- bedraagt. Daarbij dient te worden opgemerkt dat in dat geval het stedenbouwkundig concept van Almere Poort (vlek A) zal moeten worden aangepast of geheel vernieuwd.

    Conclusie 5: De zaalsporten continueren in Waterwijk leidt tot een structureel jaarlijks tekort van € 497.000.

    De laatste optie betreft het stoppen met de ontwikkeling van de indoorhal en de beide zaalsporten.

    Haalbaarheid betaald voetbal
    Als uitgangspunt voor het beoordelen van de haalbaarheid van betaald voetbal in Almere heeft de taskforce genomen dat een Betaald Voetbal Organisatie (BVO) na eventuele aanloopkosten financieel zelfstandig en zonder gemeentelijke steun behalve een stadion ´om niet´ moet kunnen functioneren. Mede gezien het grote achterland in Almere voor zo´n BVO, acht de taskforce onder die omstandigheden betaald voetbal in Almere haalbaar.

    Conclusie 6: Betaald voetbal met een sluitende begroting is haalbaar.

    De gemeente staat vervolgens voor de keus hoe een BVO in Almere gerealiseerd moet worden. De taskforce voorziet wat dat betreft twee mogelijkheden:

    1. Een geleidelijke manier: hierbij wordt gewacht op initiatief vanuit de gemeenschap, gedragen door een verder ontwikkeld verenigingsleven, hechte supportersgroep en sponsorgemeenschap, waarbij de gemeente ondersteuning verleent voorzover nodig.
    2. Een snelle, geregisseerde manier: hierbij wordt gebruikgemaakt van de initiatieven die tot nu toe zijn ontwikkeld door de Omniworld-organisatie en neemt de gemeente het voortouw bij het verder realiseren van een BVO.

    De taskforce kan geen voorkeur voor een van de twee mogelijkheden formuleren. Een eindoordeel over de te volgen route wordt voor een groot deel beïnvloed door zaken die niet door de taskforce zijn onderzocht, zoals de stedenbouwkundige ontwikkeling van Almere.

    De taskforce volstaat hier met het kort noemen van de voordelen van de twee mogelijkheden, die zij nu voorziet. De eerste (geleidelijke) mogelijkheid heeft als voordelen dat erop gerekend mag worden dat door de groei van de bevolking en het verenigingsleven in Almere de kans van slagen van het ontwikkelen van een BVO in de toekomst toeneemt in vergelijking met ontwikkeling heden. De kosten voor de gemeente zijn bovendien mogelijk lager.

    De voordelen van de snelle geregisseerde manier zijn dat voortgebouwd kan worden op de initiatieven die er nu zijn. Het huidige achterland is er inmiddels groot genoeg voor. Bovendien is er nu met de KNVB een overeenkomst dat een BVO onder voorwaarden kan worden ontwikkeld. Het is niet zeker dat die mogelijkheid in de toekomst nog steeds bestaat. Bovendien kan hiermee een impuls worden gegeven aan de recreatie in Almere, zodat deze meer gelijke tred kan houden met de bevolkingsgroei.

    In beide gevallen moet de gemeente er rekening mee houden dat zonder grote betrokkenheid van haar kant, zowel financieel als organisatorisch, er geen BVO zal kunnen ontstaan in Almere. Vrijwel alle BVO´s in het betaald voetbal worden vandaag de dag direct of indirect door hun gemeentelijke overheid gesteund en hebben het voordeel dat ze mee konden groeien met het betaald voetbal als geheel. Almere zal een achterstand op een mede door de overheid geregisseerde manier moeten inhalen.

    In het kader van deze rapportage is de snelle meer, geregisseerde manier om een BVO neer te zetten, verder uitgewerkt. In dat geval zal de gemeente rekening moeten houden met de volgende consequenties:

    1. De gemeente zal aanzienlijke aanloopkosten (€ 2,5 miljoen) moeten afdekken.
    2. De gemeente zal een stadion beschikbaar moeten stellen.
    3. De organisatorische groei naar een BVO zal strak moeten worden geregisseerd, zodat de aantrekkingskracht op publiek, vrijwilligers en bedrijven van voldoende niveau is tegen de tijd dat een BVO in Almere gaat spelen.

    Overigens acht de taskforce het niet realistisch dat tussen een BVO en een indoorhal met zaalsporten synergie-effecten kunnen worden gerealiseerd van een zodanige omvang dat deze sporten in één juridische structuur zouden moeten worden gebonden.

    Conclusie 7: De aanloopkosten van een snelle, geregisseerde BVO bedragen € 2,5 miljoen (scenario 4: ´beginnen in Almere Poort´). Het opstarten van betaald voetbal zonder gemeentelijke steun is niet mogelijk. De gemeente zal een stadion ter beschikking moeten stellen. Er is geen synergie te verwachten tussen voetbal en de zaalsporten.

    Omniworld-organisatie
    De taskforce is van mening dat Omniworld als city-marketingconcept en visie op sportbeoefening nauwelijks gewerkt heeft. Het merk Omniworld, met daarin de diverse sporten, heeft weinig additionele aantrekkingskracht op die van de sporten afzonderlijk weten te ontwikkelen en kan zonder veel additionele schade worden losgelaten. Het Omniworld-concept voor het gezamenlijk organiseren van topsport en sportmarketing biedt slecht zeer beperkte mogelijkheden voor sportieve, financiële en organisatorische synergie.

    Indien de sporten worden voortgezet, adviseert de taskforce om afzonderlijke organisatorische eenheden op te zetten voor het beheer van de indoorhal, volleybal, basketbal en voetbal. Op deze wijze kan elke club zijn eigen sponsor aantrekken, die zijn naam ook aan de club kan verbinden. Mogelijke samenwerking bij het over de streep trekken van sponsors moet natuurlijk niet worden uitgesloten, maar is niet bij voorbaat het doel.

    Dit alles impliceert dat de Omniworld-organisatie in haar huidige vorm moet worden beëindigd. Daarna bestaan er twee opties, die afhankelijk zijn van de keuze die uiteindelijk wordt gemaakt bij het al dan niet laten doorgaan van de zaalsporten, indoorhal en betaald voetbal:

    1. Doorstarten in afzonderlijke sportorganisaties voor volleybal, basketbal, beheer van de topsporthal en eventueel betaald voetbal. Wellicht kan daarbij een klein gedeelte van het huidige personeel overgaan van de oude naar de nieuwe organisatie. In dit geval zal het een grote opgave voor de bestaande medewerkers zijn om een radicale omslag naar een andere filosofie mee te ontwikkelen en te ondersteunen.

    2. Omniworld en de topsporten afbouwen en opheffen.

    De taskforce heeft een raming opgesteld voor de onvermijdelijke personele afvloeiingskosten en het aanloopverlies (optie 1) of afbouwverlies (optie 2) beide becijferd op circa € 2,9 miljoen.

    Conclusie 8: De Omniworld-organisatie moet in haar huidige vorm worden beëindigd. Daarna kan een doorstart worden uitgevoerd in afzonderlijke, kleinere sportorganisaties of kan Omniworld worden afgebouwd en opgeheven. Het aanloop of afbouwverlies bedragen beide circa € 2,9 miljoen.

    Gevolgen van keuzes in de besluitvorming
    Uit het businessplan komen de volgende drie opties naar voren:

    1. Volleybal en basketbal realiseren in de nieuwe hal in Almere Poort.
    2. Volleybal en basketbal voortzetten in Waterwijk.
    3. Stoppen met de topsporten volleybal en basketbal in almere.

    Voor betaald voetbal zijn twee opties mogelijk:

    a. Snel neerzetten van een BVO.
    b. Geleidelijk ontwikkelen tot BVO-niveau.

    Hierna wordt een totaalbeeld geschetst van de combinatie van de zaalsporten in Almere Poort en betaald voetbal (optie 1 + a). Daarnaast worden de gevolgen van zaalsport in Waterwijk of ´stoppen´ behandeld.

    Optie 1 + a: zaalsport in Almere Poort, gecombineerd met betaald voetbal
    De taskforce mag in het kader van de opdracht ervan uitgaan dat de topsporthal en een stadion onafhankelijk van elkaar worden neergezet en tegen een huur van € 1,-- per jaar ter beschikking worden gesteld aan de sportorganisaties. Indien besloten zou worden om de topsporthal te realiseren in Almere Poort met daarin de sporten volleybal en basketbal en daarnaast een BVO op te richten, kunnen de totale aanloopkosten als volgt worden geraamd:

    Aanloopkosten (in miljoenen euro´s)
    TOTAAL
    Volleybal -2,2
    Basketbal -2,3
    Voetbal, scenario beginnen in Almere Poort (scenario 4) -2,5
    Aanloopverliezen overhead -2,9
    Totaal aanloopkosten -9,9
    Banksaldo op 1 juli 2002 van Omniworld   0,9
    Nog beschikbaar bij gemeente   5,6
    Tekort -3,4

    Uit dit overzicht blijkt dat de nog bij Omniworld en bij de gemeente Almere beschikbare middelen onvoldoende zijn om de aanloopverliezen direct af te dekken.

    Conclusie 9: De aanloopverliezen kunnen niet worden afgedekt met de middelen die nog bij Omniworld en de gemeente voor dit project gereserveerd zijn.

    Een andere overweging om rekening mee te houden, is het feit dat realisatie van drie topsporten in Almere kan leiden tot een krappe sponsormarkt voor ieder van die sporten. Betaald-voetbalsponsoring vindt weliswaar plaats op een ander niveau dan de sponsoring van de andere twee sporten, maar zeker bij subsponsors zal sprake zijn van enige overlap.

    Conclusie 10: Drie topsporten samen in Almere concurreren met elkaar op sponsorgebied.

    Dekkingsplan
    Mogelijk kan op de volgende wijze een dekkingsplan worden gerealiseerd. Dekking voor de genoemde tekorten bij de sporten kan worden gevonden in founding door marktpartijen en het inzetten van de uitgespaarde kosten van de zogenaamde ´hardware´, zoals het stadion, het vergader- en businesscentrum en de expohal. Daarvoor is wel nodig dat de huidige schriftelijke intentieverklaring van TCN wordt omgezet in een hard contract.

    Het dekkingsplan is in het rapport (deel 4) verder uitgewerkt en voorziet in een afdekking van aanloopverliezen en exploitatietekorten voor een periode van 18 tot 22 jaar. Hierbij wordt opgemerkt dat voor voetbal alleen een aanloopverlies is afgedekt van € 2,5 miljoen.

    Conclusie 11: Alleen indien de bespaarde investering van de expohal als dekkingsbron mag worden aangeboord, is het project haalbaar. Dit onder de conditie dat TCN zijn schriftelijke intentieverklaring omzet in een hard contract. De aanloopverliezen en de jaarlijkse exploitatietekorten zijn dan voor 18 tot 22 jaar af te dekken.

    Optie 2: Volleybal en basketbal in Waterwijk
    Zoals eerder geconstateerd, bedraagt het tekort van deze twee sporten in dit geval € 497.000,-- per jaar. Indien de indoorhal niet in vlek A verrijst, gaat de taskforce, geïnformeerd door de gemeente, ervan uit dat het stedenbouwkundig concept Almere Poort mogelijk komt te vervallen. Voor de dekking van het hiervoor genoemde tekort moeten dan andere bronnen gevonden worden of er moet worden besloten te stoppen met de topsporten volleybal en basketbal in Almere.

    Conclusie 12: Bij voortzetting van de zaalsporten in Waterwijk moet voor de exploitatietekorten van de zaalsporten van € 497.000, een alternatieve dekking worden gevonden.

    Ook de dekking van een stadion is indirect gekoppeld aan de opbrengsten uit vlek A. Als voor de zaalsporten de Waterwijk-variant wordt gekozen, valt ook voor de stichtingskosten van het stadion de dekking weg. Ook in dit geval zal dus voor het stadion alternatieve dekking moeten worden gezocht. Dit geldt vooral voor het snel neerzetten van een BVO, maar ook voor een geleidelijke ontwikkeling van betaald voetbal.

    Conclusie 13: Als het stedenbouwkundig concept in Almere Poort komt te vervallen, moet de gemeente alternatieve dekking zoeken voor de bouw van het voetbalstadion.

    Optie 3 + b: stoppen met topsport, gecombineerd met een geleidelijke ontwikkeling van een BVO
    De spelers hebben overwegend contracten die één seizoen doorlopen. Dit betekent dat circa één jaar salaris moet worden doorbetaald voor de spelers (in totaal € 2,7 miljoen). Daarnaast is hiervoor reeds aangegeven dat het afbouwen van de organisatie exclusief spelers € 2,9 miljoen zou kosten. Hiermee bedraagt het totale afbouwverlies € 5,6 miljoen. Aangezien de gemeente en Omniworld samen nog € 6,5 miljoen hadden gereserveerd, is het volledig afbouwen van het project dus mogelijk binnen de resterende financiële middelen.

    Conclusie 14: Het volledig afbouwen van het project is mogelijk binnen de nog beschikbare middelen van € 6,5 miljoen.

    TERUG