EXPO in De Paviljoens in Almere-Stad

Almere 26 Juni 2001


Speech van Henri van Nes

Almere, onvoltooide beelden, 25 jaar kunst in de openbare ruimte

"Almere, 25 jaar groeistad.
25 jaar kunst in de openbare ruimte.

    
Henri van Nes
Jan Mulder, hij schrijft sedert 25 jaar columns in De Volkskrant, karakteriseert een jubileum te ervaren als een begrafenis. Het zal zijn somber karma zijn. Ik ervaar 25 jaar kunst in de openbare ruimte van Almere helemaal niet als een jubileum en zeker niet als een begrafenis. Wel als een mooi moment om eens even bij stil te staan.
Is het bijzonder dat een stad 25 jaar bestaat?
Ja, dat is tamelijk bijzonder, zeker naar Europese maatstaven. Een nieuwe stad die vanaf de zeebodem is opgebouwd; en met -vanaf het begin- de bedoeling er een komplete stad van te maken. Nog meer bijzonder is dat beeldende kunst daarbij een rol werd toegedacht. En dat in een tijd waarin dat niet bepaald vanzelfsprekend was. Dat had een voorgeschiedenis. Visionaire geesten bij de Rijksdienst IJsselmeerpolders (de provincie Flevoland bestond nog niet) hadden vlak na de drooglegging bedacht dat de schoonheid van het nieuwe land het best kon worden benadrukt door beeldende kunstenaars opdrachten te geven daarop te anticiperen. De schitterende resultaten daarvan inspireerden hen om beeldende kunst ook in de nieuw te bouwen steden een plaats te geven.

Een van de mensen van het eerste uur, afkomstig van die Rijksdienst IJsselmeerpolders, en als stedenbouwkundige betrokken bij het ontwerpen van Almere, stond als zodanig ook aan de wieg van het stedelijk beleid met betrekking tot kunst in de openbare ruimte, is Brans Stassen. Hij weet niet alleen alles van de stad, hij weet ook alles van kunstwerken die de eerste 25 jaar in Almere zijn gerealiseerd. overigens ˇˇk van de werken die niet zijn gerealiseerd! Hij verhaalt hier smakelijk over in Cahier 5 "Beelden in Almere" (f.20.=)
Hij vertelt daarin de unieke geschiedenis van enkele in het oog springende beelden in de stad en ´en passant´ van enkele mensen die daarbij betrokken zijn geweest.

En daarmee refereert hij onbedoeld aan een onzichtbaar circuit dat gevormd wordt door tientallen mensen die nodig zijn om kunst in de openbare ruimte te realiseren.
Ambtenaren, technici in alle soorten en maten, aannemers, hoge en minder hoge bestuurders enartistieke adviseurs, vaak als leden van een commissie die het stadsbestuur adviseren.
Voor al deze mensen geldt dat zij zelden of nooit in de openbaarheid treden (dat ik mijzelf noodgedwongen moet onthullen als voorzitter van de Adviescommissie Beeldende Kunst is ook al tamelijk uniek). Kenmerkend voor al deze mensen is de onzochtbaarheid van hun aktiviteiten en de mentaliteit van anonieme dienstbaarheid van waaruit veel gespecialiseerde vakkennis wordt ingebracht.

Vaak ´onzichtbaar´ maar zeker ´onmisbaar´.

Zonder hun bevlogen inzet zouden we hier vanmiddag niet staan, omdat er simpelweg geen kunstwerk tot stand was gebracht. Zij zouden er zelf nooit om vragen maar het zou een aardig kijkje in de keuken van de kunst in de openbare ruimte geven als ergens de namen zouden worden vermeld van alle in de loop van 25 jaar betrokken adviseurs en ambtenaren. Ik zou ze hier ter plekke wel willen noemen maar ik ken ze niet allemaal. Bovendien ben ik bang dat de middag te kort zou zijn om dat te doen (dus daar komt u goed weg mee!).
25 jaar kunst in de openbare ruimte betekent 25 jaar continu´teit en dat kan niet zonder sleutelfiguren." (aldus Henri van Nes)

Vervolgens werden enkele mensen met name genoemd: Kees Flore, die 25 jaar geleden de uitgangspunten voor kunst in de openbare ruimte beschreef (zie Cahier 5, waarin Brans Stassen dit beschrijft); Kees Flore was ook de geestelijk vader van Aleph, de roemruchte expo-ruimte in de stadhuis-kelder, (waar indertijd ook James Purvis (kunstzaken) zich inspande om spraakmakende en vernieuwende exposities in te richten); Jos Wilbrink die zich beijverde voor het binnenhalen van De Paviljoens (van de Dokumente uit Kassel; samen met de toenmalige weth. voor kunst&cultuur Wim Trieller en James Purvis, Kunstzaken) Jos Wilbrink legde de basis voor een breder en samenhangend kunstbeleid. Lia Gieling werd de eerst ´echte´ direkteur van De Paviljoens. Zij organiseerde vaak ter zake doende debatten, waarin bouwstenen werden aangedragen voor toekomstige ontwikkelingen in het belang van Almere. De herkomst van nieuwe beelden in de stad toonde zij in in context van aktuele ontwikkelingen in de beeldende kunst.

"Deze expo is de eerste die door de (nieuwe) direkteur van De Paviljoens, Mascha Roesink, is gemaakt.
De titel "onvoltooid" kan niet anders dan optimisisch bedoeld zijn en ik wil haar vanaf deze plaats en op dit moment namens de Adviescie. Beeldende Kunst officieel van harte welkom heten en zeer veel sukses toewensen!" (aldus Henri van Nes)

TERUG