| B |
Krakatou |
|
|
babak = fase babat = categorie babi = varken baca! = lees! badak = neushoorn badal = vertegenwoordiger badam = amandel badan = lichaam badut = clown badut = grappenmaker bagai = soort bagaimana = hoe bagaimanapun = hoe dan ook bagal = gelijk bagasi = bagage bagi = voor bagi saya = voor mij bagian = afdeling bagus = mooi bahagia = voorspoed bahan = grondstof bahan = materie bahan handuk = badstof bahasa = taal bahasa belanda = nederlands bahaya = gevaar bahkan = zelfs bahu = schouder bahwa = dat baik = goed bajan = braadpan bajing = eekhoorn baju = kledingstuk baju = uitstraling baju renang = badpak bak = bak bak kotoran = afvalbak bakal = aanstaande bakal = kandidaat bakar = roosteren bakat = aanleg bakmi = bami bakso = vleesbal bakteri = bacterie bakti = trouw bakti = hulde bal = baal balai = paviljoen balai kota = gemeentehuis balang = karaf balap mobil = autorace balas surat = een brief beantwoorden bale-bale = slaapbank balet = ballet bali = bali(van hotel) balik = tegendeel balik = keerzijde balik = achterkant balkon = balkon balok = balk balpen = balpen bambu = bamboe banci = travestiet banci = impotent bandar = havenplaats bandar udara = luchthaven bandara = vliegveld banding = gelijke bandit = bandiet bangau = reiger bangga = trots bangkai = lijk bangkai = kadaver bangket = banket bangkit = verheffen bangkrut = bankroet bangku = bank bangsa = volk bangsat = schurk bangsawan = adel bangsawan = aristocratie bangun = opstaan banjir = overstroming bantah = ruzie bantal = kussen banteng = stier bantu = helpen bantuan = steun hulp banyak = veel baoe = stank bapak = vader, meneer, U bar = bar bara = lading barak = barak barang-barang bayi = baby-artikelen barangkali = misschien barat = west barat daya = zuidwesten barat laut = noord-west barikade = afzetting baring = liggen baris = rij barisan = troep baru = nieuw baru = net baru = nieuw baru-baru = onlangs basah = nat basi = bedorven basil = bacil basmi = vernietigen batal = vergeefs batang = stok batas = grens batasan = begripsbepaling baterai = batterij, accu batik = batik batin = innerlijk batu = steen batu bata = baksteen batu-bara = steenkool bau = geur bawa = meebrengen bawang = ui bawasir = aambeien bayak = corpulent bayang = schaduw bayangan = schaduw bayar = betalen bayi = baby bayi = zuigeling bayonet = bajonet bea = belasting beasiswa = studiebeurs beaya = uitgaven beaya = kosten beban = last beban = vracht beban = ballast bebas = vrij beberapa = sommige beda = verschil bedak = poeder begini = zo zoals dit begitu = zo bego = idioot beha = beha bekal = proviand bekas = voormalig bekerja = werken beku = bevroren bel = bel belabar = fuik belajar = studeren belaka = louter belakang = achter belakangan = achteraf(later) belalang = sprinkhaan, krekel belanja = inkopen beli = kopen beliau = hij, zij(voor geachte personen) belok = afslaan(richting) belok kiri = links af belokan = bocht belum = nog niet |
belut = aal benalu = parasiet benang = garen benang = draad benar = zeer benar = veel bencana = ramp bencana = onheil benci = haat benda = voorwerp bendera = vlag bendungan = dam bengek = astmatisch bengkak = gezwel, abces bengkel = werkplaats bengkok = krom benteng = fort bentrokan = aanvaring(conflict) bentuk = vormen bepergian = reizen berabe = moeilijk berada = welgesteld berada(ada) = zich bevinden berak = ontlasting beralih = veranderen berambisi = ambitieus berambut = behaard berangkat = vertrekken berani = durven berapa = hoeveel berapa jauh = hoever berapa kali = hoeveel keer berapa lama = hoelang berarti = betekenen berasal = afstammen berasal dari = afkomstig berat = zwaar berawan = bewolkt berbagai = allerlei berbahaya = gevaarlijk berbakat = getalenteerd berbakat = begaafd berbaring = liggen berbatuk = hoesten berbeda = afwijkend berbehasa = beleefd berbelanja = inkopen doen berbenalan = kennismaken berbicara = spreken berbuat = plegen berbuat = begaan berbumbu = gekruid berburu = jagen bercacah = getatoueerd bercakap-cakap = babbelen bercerai = scheiden bercerita(cerita) = vertellen berdamai = compromis berdansa = dansen(westers) berdarah = bebloed berdasarkan = gebaseerd op berdayung = roeien berdemonstrasi = demonstreren(b.v. op straat) berdidi = staan berdua = met z'n tweeën berdusta = liegen berembuk = bespreken berenang = zwemmen berencana = van plan zijn beres = orde berfikir serta timbangmenaksir = beraden berfungsi = functioneren bergabung dengan = aansluiten(zich aansluiten bij) bergajul = schurk berganti jaga = aflossen bergantian = afwisselend bergaris bawah = onderstreept bergaul = omgaan bergerak = bewegen bergizi = voedzaam berguna = nuttig, baten bergurau = grapjes maken berhala = afgod berhasil = lukken berhenti = stoppen berhias = opmaken berhimpun = vergaderen berhinti = aflopen berhutan = bebost beri = geven berikut(ikut) = volgend beristirahat = rusten berita = bericht berita hangat = actualiteit berjala-jalan = wandelen berjalan = lopen berjani = afspreken berjanji = beloven berjudul = getiteld berjumpa = ontmoeten berkali-kali = herhaaldelijk berkat = dank zij, gezegend berkata = zeggen berkedudukan = vestigen berkelahi = vechten berkelahi(kelahi) = bakkeleien berkeliling = rondtrekken berkembang = bloeien berkenaan dengan = aangaande berkenalan = kennismaken berkencan(kencan) = afspreken(ontmoeting) berkendara = rijden berkeringat = zweten berkuat = versterken berkuliah = college lopen studeren berkumpul = verzamelen berkunjung = op bezoek gaan berkunung-kunung = bergachtig berlabuh = ankeren berlaku = optreden, gelden berlakunya = afspelen berlangsung = duren berlari = hollen, rennen berlatih = oefenen berlayar = varen berlibur = met vakantie gaan berlinang = druppelen berludah = spugen berluka = geldig bermacam-macam = diverse bermain = spelen bermaksud = bedoelen bermimpi = dromen bernafas = ademhalen bernama = noemen bernapas = ademen bernyanyi = zingen beroleng = schommelen berondong = afvuren berontak = opstand berpakaian = aankleden berpawai = demonstreren(b.v. op straat) berpendidikan = geschoold berpenghasilan = verdienen berperang = oorlog voeren berpesta = vieren berpikir = nadenken berpindah = verhuizen berpisah = gescheiden verwijderd berpuasa = vasten berputar = draaien bersahaja = simpel bersahut = antwoorden bersama = samen bersama-(sama) = samen gezamenlijk bersandar = leunen bersedia = bereid bersedu = snikken bersemak = begroeid(met struiken) bersembunyi = verstoppen |
bersemi = ontluiken bersepak bola = voetballen bersepeda = met de fiets gaan berseru = roepen bersifat = karakter hebben bersih = schoon bersikap tidak berpihak = afzijdig bersin = niezen bersinar = schijnen bersiul = fluiten bersumpah = zweren bertanggung jawab = aansprakelijk(heid) bertanya = vragen bertanyakan diri = afvragen zich bertelekan = leunen bertempel = plakken bertemu = ontmoeten bertepuk tangan = applaudiseren berteriak = schreeuwen bertumbuh = ontwikkelen berturut-turut = achtereen(volgens) beruang = beer berubah = veranderen berulang = herhaaldelijk berusaha = streven besar = groot besar-kepala = koppig besi = ijzer besok = morgen beta = ik betah = uithouden betina = vrouwtje(alleen voor dieren) betul = juist betung = groot biadab = barbaars biar = toestaan biar = opdat biara = klooster biara = abdij biarawan = monnik biasa = gewoon biasanya = gewoonlijk bibi/tante = tante bibir = lip bicara = spreken bidan = verloskundige bidan = zanger bidat = nieuwlichterij bihun = vermicelli bijak = kundig bijaksana = verstandig biji = zaad bijih = erts biku = kluizenaar bilang = aantal bilang = zeggen bilangan = getal bilik = woning bimbang = aarzelen binatang = dier, beest bincul = bult bineka = vescheidenheid bingung = verwarring, ontdaan, beduusd bini = echtgenote bintang = ster biola = viool bioskop = bioscoop bir = bier birat = litteken biro = bureau biru = blauw bis = buis bisa/dapat = kunnen bising = lawaai bistik = biefstuk bisu = stom bisul = puist bius = bewusteloos blek = blik bluderu = fluweel bobot = gewicht bocor = lek bodoh = dom bohong = leugen bola = bal(voetbal) bola basket = basketbal bola bumi = aarbol boleh = mogen bom atom = atoombom bon = bon boneka = marionet bongkar = slopen boros = verkwistend bosan = verveeld botak = kaal botol = fles brem = rijstwijn bu = moeder buah = vrucht, stuk buah apokat = avocado buah-buahan = fruit buang = wegwerpen buat = maken buatan = product buaya = krokodil bubuk = poeder bubur = pap budak = knecht budaya = beschaafd budayan = beschaving budi bahasa = beleefdheid buhul = knoop bujang = vrijgezel bujangan = ongehuwd bujur = korrel buka = open bukaan-pintu = deurkruk bukan = nietwaar bukan = geen bukit = heuvel bukti = bewijs buku = boek buku bahasa = taalboek buku harian = dagboek buku tulis = schrift buku tulis = cahier bulan = maan bulir = aar bulu = dons bulukan = beschimmeld bulutangkis = badminton bumbu = kruiden bumbu = specerij bumi = aarde(planeet) bumi perkemahan = camping bumi-putera = inlander bundar = rond bundaran = rotonde bunga = rente bunga mawar = roos bungkar = afbreken bungkuk = buigen bungkusan = pakket bungsu = jongste bunting = zwanger buntut = staart bunyi = geluid bupati = districtshoofd buritan = achtersteven buruh = werknemer buruk = slecht burung = vogel burung rajawali = adelaar burung rajawali = arend busana = kleding busana malam = avondkleding busuk = rot buta = blind butahuruf = analfabeet butir = korrel butuh = nodig butut = afgedragen |