| G |
mensen uit Bali |
|
|
gaaf = mulus gaan = pergi gaar = matang gal = empedu gang = lorong gangbaar = lazim gans = angsa gapen = menguap garanderen = menanggung garantie = jaminan garen = benang garnaal = udang garnalenpasta = trassi gast = tamu gat = lubang, ceruk gebak = kue gebakken rijst (nassi) = nasi goreng gebaren = gerak-gerik gebaseerd op = berdasarkan gebatikt worden = dibatik gebeente = tulang gebeurd = terjadi gebeurtenis = peristiwa geboren = dilahirkan (lahir) gebouw = gedong gebrek = cacat gebroken = patah gebruiken = gunakan, memakai gebruikt = digunakan gecompliceerd = simpang siurnya gedaante = wujud gedachte = pikiran gedeeld = dibagi gedeelte = penggal gedenken = mengenang gedicht = sajak, sair, nalam gedoofd = padam gedrag = olah gedroogd (in de zon) = dijemur gedrukt = dicetak (mencetak) geduld = sabar gedurende = selama gedwongen = terpaksa geel = kuning geen = bukan geest = ruh geestdrift = semangat geestelijk = rohan geestig = petah gegiste sojabonen = oncom gegroefd = kerutut gehaast = tergopoh gehakt = cincang geheel = antero geheim = rahasia geheugen = ingatan gehucht = dukuh, dusun gehuwd = kawin geit = kambing gek = gila gekend = dikenal gekocht worden = dibeli gekookt = godok gekruid = pedas, berbumbu gekruld = keriting gekwetst = sakit hati gekwetst zijn = tersinggung gelaat = wajah geld = uang, duit gelden = berlaku geldig = berluka geldigheidsduur = masa berlaku geleden = yang lalu |
gelegen = terletak gelegenheid = peluang gelieve = hendaklah gelijk = bagal, sama gelijk aan, hetzelfde als = sama dengan gelijke = banding gelijkstellen = menyamakan geloof = percaya geloven = mengira geluid = bunyi geluk = untung gelukkig = sehat gemakkelijk = mudah, gampang gember = jahi, jahe gemeente = haminte gemeentehuis = balai kota gemengd = dicampuri (campur) gemiddeld = rata-rata geneeskunde = ketabiban genegen = sudi genezen = mengobati, sembuh genieten = menikmati genoeg = cukup gepast = layak geprikkeld = tergugah gerecht = hidangan gereed = seja gereedmaken = menyediakan gereedschap = alat gereserveerd = pesanan geroddel = gunjing gerookt = diasap geroosterd = dipanggang geruchten = desas-desus gescheiden, verwijderd = berpisah geschenk = hadiah gescheurd = cabik geschiedverhaal = hikayat geschikt = cakap geschiktheid = kecakapan geschil = guam, cedera geschoold = berpendidikan gesloten = tutup gespannen = regang gesprek = percakapan gesprek voor rekening beller = collect call gestampte kleefrijst met klapa = ondos gestoofd = disemur getal = bilangan getalenteerd = berbakat getatoueerd = bercacah getiteld = berjudul getuige = saksi geul = alur geur = bau, harum geuren = mewangi gevaar = bahaya gevaarlijk = berbahaya gevangene = tahanan gevangenis = penjara geven = beri, memberi, kasih gevestigd = mapan gevoelig = peka gevoelloos = lasa gevolg = konsekwensi, iringan gevonden = ketemu gewassen = dicuci geweer = senapan gewicht = bobot gewond = luka |
gewoon = biasa gewoonlijk = biasanya gezag = kuasa gezamenlijk = serentak gezant = duta gezegde = ujar gezegend = berkat gezond = sehat gezond(heid) = kesehatan gezouten vis = ikan asin gezwel = bengkak gif = persenan gift = derma gillen = memanggil gisteren = kemarin glad = licin glans = marak glas = gelas glimlachen = tersenyum god = dewa goddank = syukurlah godin = dewi godsdienst = agama goed = baik goede reis (tegen reizigers) = selamat jalan goedemorgen = selamat pagi goedenavond/ goedenacht = selamat malam goedendag = selamat siang goedenmiddag = selamat sore goedkoop = murah golf = ombak golven = gelombang gooien = lempar, melemparkan goot = saluran gordijn = tabir, tirai goud = emas graad = derajat graat = duri-ikan gracht = parit graf = kubur grafbezoeken = ziarah(berziarah) gramatica = tata bahasa grapjes maken = bergurau grappenmaker = badut grappig = menggelikan gras = alang-alang, rumput gratis = cuma-cuma graven = menggali grens = batas griep = flu grijpen = menjabat, memegang grijs = abu-abu, kelabu grimmig = garang groeien = tumbuh, menumbuh groen = hijau groente = sayur groenteschotel = gado-gado groep = regu, pasukan, golong groet = salam groetjes doen = kirim salam grof = kasar grondstof = bahan groot = betung, besar grootgebracht = dibesarkan grootst = paling besar grot = gowa groter = lebih besar gruis = abuk gruwelijk = kengerian |